De negatieve bijklank van Big Data

Uit een grootschalig onderzoek door het Vodafone Instituut (een denktank van Vodafone in Duitsland), waarbij ruim 8000 telefonische interviews werden afgenomen gespreid over 8 Europese landen, blijkt dat de term ‘Big Data’ bij veel burgers (nog steeds) een negatieve bijklank heeft. Zo zegt 51% meer nadelen dan voordelen te zien aan Big Data. Omgekeerd stelt slechts 32% meer voor- dan nadelen te zien (bij 18-29 jarige ligt dit met 45% wel een pak hoger dan het gemiddelde).

Slechts 22% stelt vertrouwen te hebben in hoe organisaties omgaan met hun persoonlijke data. Wel zien we grote verschillen tussen de verschillende types van organisaties. Gezondheidsinstanties (43%), de eigen werkgever (36%) en banken (33%) kennen een hogere mate van trust. De overheid zit pal op het gemiddelde (22%). Het vertrouwen in zoekmachines zoals Google (16%) en in sociale media diensten (11%) is dan weer erg laag.

12% zegt af en toe de moeite te doen om de gebruikersovereenkomst te lezen alvorens gebruik te maken van een online dienst. Er is echter een grote vraag om die ‘Terms & Conditions’ toegankelijker te maken. 68% van de ondervraagden wil dat de gebruikersovereenkomst korter gehouden wordt en in een eenvoudiger taal geschreven wordt. 64% verlangt meer transparantie in hoe en waarvoor hun data verwerkt wordt. 51% wil zelf keuzes kunnen maken in hun settings (nu zijn gebruikersovereenkomsten vaak te nemen of te laten: als je niet akkoord gaat met alles uit de overeenkomst, dan kan je geen gebruik maken van de dienst). En 40% feedback kunnen geven op wat er met hun data gebeurt.

29% zegt het gevoel te hebben dat ze controle hebben over de persoonlijke informatie die over hen bijgehouden wordt. Om hun persoonlijke data online te beschermen, zegt 44% cookies te blokkeren of te deleten, 41% heeft een online actie geannuleerd op het moment dat er persoonlijke gegevens gevraagd worden, 31% vermijdt om zijn/haar echte naam en gegevens te gebruiken, 31% zegt sociale media te mijden, 24% zegt niet online te shoppen en 15% heeft een speciaal emailaccount waar een extra encryptielaag wordt toegevoegd aan elk bericht.

Opvallend is dat 55% van de respondenten aangaven dat de overheid toegang moet hebben tot persoonlijk data van de inwoners om zo de veiligheid te verhogen (bijvoorbeeld door op die manier terreurdaden te voorkomen of verdachten op te sporen). Een kwart van de respondenten is hier tegen gekant.

Gratis online diensten worden vaak gefinancierd door het verhandelen van persoonsgegevens en gegevens rond het surfgedrag van de gebruikers van de dienst, bijvoorbeeld om op die manier advertenties op maar aan te bieden. Slechts 39% gaat eigenlijk akkoord met dit principe (gratis gebruik in ruil voor persoonlijke data). 55% zegt dan nog liever te betalen voor de dienst dan ervoor te betalen. Uiteraard gaat het hier enkel over intenties. Naar werkelijk gebruik toe zien we gratis versies nog steeds een hoger gebruikersaantal kennen dan de betalende, advertentievrije versies. Dit past in wat de privacy-paradox genoemd wordt: ook al weten mensen dat hun privacy geschonden kan worden door het gebruik van bepaalde diensten, en is er een intentie om dan liever te betalen voor de dienst dan dat persoonlijke gegevens gedeeld worden met andere partijen, toch is het slechts een minderheid die effectief tot actie overgaat.

Toch zijn er ook heel wat opportuniteiten voor Big Data volgens de respondenten. 68% wil data van slimme energiemeters in huis delen als dit kan meehelpen om te kijken hoe de ecologische voetafdruk kan verkleind worden. 55% wil gps-data delen om zo persoonlijke verkeersinfo te krijgen. En 53% wil zelfs gezondheidsinformatie delen met onderzoekers als dit kan helpen om tot betere diagnoses en behandelingen van ziektes te komen.

 

Het veldwerk van deze studie vond plaats in augustus-september 2015. De acht landen die in de studie zijn opgenomen zijn Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Tsjechië, Italië, Frankrijk en Spanje. Het volledige rapport en een samenvatting van de resultaten kunnen hier gedownload worden. Er zijn ook interactieve kaarten beschikbaar die inzoomen op de verschillen tussen de Europese landen.

 

 

Advertenties

De opmars van mobiele media in Vlaanderen: een kijk op leeftijdsverschillen

In 2014 lijken de meeste technologieën en mediadiensten een punt van saturatie te hebben bereikt, en zien we weinig grote veranderingen in vergelijking met vorig jaar. Met uitzondering van smartphones en tablets, waar we wel nog een sterke groei zien.

Dat is een van de bevindingen uit iMinds digiMeter 2014, de jaarlijkse studie over bezit en gebruik van media en ICT in Vlaanderen. Maar zit die groei voornamelijk nog bij de jongere segmenten, of zien we dat steeds meer Vlamingen uit oudere generaties een smartphone of tablet gebruiken? En zijn zowel smartphones als tablets vooral populair bij de jongere generaties, of bereiken beide toestellen een andere doelgroep?

Steeds meer Vlamingen ruilen hun ‘gewone’ mobiele telefoon in voor een smartphone. 57% van de Vlamingen heeft een smartphone (een stijging van 10 procentpunt ten opzichte van vorig jaar). Hiermee zijn er voor het eerst meer Vlamingen met een smartphone dan met een gewone mobiele telefoon (dat zakt naar 53% van de Vlamingen). Hoewel de adoptie van smartphones sterk is gestegen, is er nog een achterstand als we vergelijken met landen zoals Duitsland (67%), Frankrijk (67%), VS (71%), Nederland (72%) en het Verenigd Koninkrijk (75%).
De adoptie van tablets is zelfs met 14 procentpunt gestegen: 56% van de Vlamingen beschikt over een tablet binnen hun huishouden. Hiermee blijft Vlaanderen wel in het spoor van bijvoorbeeld Nederland (ook 56%).

Als we kijken per leeftijdscategorie, komen enkele opvallende bevindingen naar boven. Zo zien we dat smartphones hun piek hebben bij de jongere segmenten (acht op tien Vlamingen van 15 tot 39 jaar bezitten een smartphone), terwijl tablets een meer verspreide adoptiecurve vertonen (met een piek bij Vlamingen tussen 40 en 49 jaar). Smartphones zijn dus duidelijk gelinkt met jongeren, terwijl tablets ook bij oudere generaties aanslaan. Verschillende oorzaken liggen aan de basis van dit verschil. Een eerste verklaring is het feit dat jongeren vaak gedwongen keuzes moeten maken. Elk toestel kopen dat ze willen, ligt vaak niet binnen hun financiële mogelijkheden. Daarom kiezen jongeren vaak maar voor twee toestellen. Het centrale scherm is de laptop (negen op tien Vlamingen tussen 15 en 39 jaar bezit een laptop), vaak met de smartphone als mobiel verlengstuk. Een tablet hoort minder vaak tot hun pakket, omdat dit toestel voor hen minder toegevoegde waarde biedt ten opzichte van hun laptop of smartphone. Voor de iets oudere generatie is de tablet echter een ideaal toestel om op verkenning te gaan in de digitale wereld. Een tablet vinden ze vaak intuïtiever dan een laptop; het grotere scherm is dan weer een voordeel ten opzichte van een smartphone. Niet onbelangrijk: tablet bezitters hebben vaak ook kinderen jonger dan 10 jaar, waarvoor steeds meer ouders een tablet verkiezen boven een laptop (bijvoorbeeld voor het spelen van educatieve games of filmpjes, het gebruik van platformen zoals Wanagogo van Studio 100, kinderliedjes via YouTube,…).

digiMeter 2014 - Adoptie Smartphones en Tablets in Vlaanderen

Opmerkelijk is dat een groot deel van de groei van smartphones bij de 60-plussers zit. Hier hoort wel de kanttekening dat deze generatie de smartphones daarom niet noodzakelijk op een ‘smart’ manier gebruiken. 16% van de smartphonebezitter ouder dan 60 zegt hun smartphone nooit te verbinden met het internet; bij de smartphonebezitters jonger dan 60 is dat slechts 3%. Een op zes van de 60-plussers met een smartphone gebruikt die smartphone dus als een gewone mobiele telefoon. Toch kunnen we stellen dat toegang tot internet steeds minder een kwestie van middelen is, maar meer een kwestie van vaardigheden en kennis rond digitale media. Uit de digiMeter studie kwam naar boven dat oudere generaties steeds vaker (mobiele) toestellen bezitten waarmee ze verbinding kunnen maken tot het internet, maar dat ze nog de competenties missen om die op een voor hen relevante manier toe te passen.

digiMeter 2014 - Evolutie in Adoptie Smartphones en Tablets in Vlaanderen

Jongeren zijn dus grote fans van smartphones. Acht op tien Vlamingen tussen 15 en 30 jaar heeft inmiddels een smartphone, wat een pak hoger is dan de 37% binnen dezelfde leeftijdsgroep die (ook) nog een gewone mobiele telefoon (of ‘dumbphone’) bezit. Welke invloed heeft dat op het vlak van telecommunicatie? Hoe verhoudt zich het gebruik van traditionele communicatie via het mobiele netwerk (bellen en sms’sen) tot het gebruik van applicaties zoals Skype, Facetime, WhatsApp, Facebook Messenger en Snapchat die gebruik maken van het internet (ook gekend als Over-The-Top (OTT) applicaties)? Wat opvalt, is dat de frequentie van versturen van sms’en positief gecorreleerd is met het versturen van berichten via OTT applicaties. Wie dagelijks berichten stuurt via apps zoals Facebook Messenger of WhatsApp, zal vaak ook nog dagelijks sms’en sturen. De OTT applicaties lijken dus op dit moment geen substitutie voor de traditionele sms, maar eerder een aanvulling erop. Dit wordt ook bevestigd door een studie door het BIPT. In landen zoals Nederland, waar vooral WhatsApp enorm populair is, zien we wel dat de traditionele sms zwaar te lijden heeft onder de opkomst van de alternatieve berichtendiensten.

Het dagelijks versturen van berichten is populairder bij jongeren dan bij oudere generaties. Vooral bij berichten via OTT-applicaties zien we een sterk contrast tussen de jongere en oudere generaties (zie onderstaande tabel). Opvallend is ook dat WhatsApp in Vlaanderen helemaal nog niet zo wijd gebruikt als bv in Nederland. De meest populaire berichtendiensten bij Vlaamse jongeren zijn Facebook Messenger en Snapchat.

digiMeter 2014 - Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone

Het bezit van tablets is minder gelinkt aan jongeren dan wat de algemene perceptie is. Ook als we kijken naar het gebruik van tablets is het opvallend dat de gebruiksfrequentie hoger is bij oudere generaties dan bij jongere generaties. De helft van de 30 tot 59-jarigen zegt dagelijks een tablet te gebruiken. Bij Vlamingen tussen en 15 en 30 jaar is dat 41%, en bij 60-plussers is dat 29%. Als we enkel kijken naar wie een tablet ter beschikking heeft, dan valt het op dat driekwart van de tabletbezitters ouder dan 60 hun tablet dagelijks gebruikt, wat iets hoger is dan bij 30 tot 59-jarigen (72%), en een pak hoger dan bij tabletbezitters tussen 15 en 30 jaar (59%).  Het is dus opmerkelijk dat de tablet een centralere rol lijkt te spelen bij oudere dan bij jongere tabletbezitters. Het bezit van een tablet is lager bij 60-plussers dan bij jongere leeftijdscategorieën, maar wie op oudere leeftijd een tablet bezit, lijkt daar ook vaker gebruik van te maken. Voor die generatie lijkt de tablet de sleutel te zijn om toegang te krijgen tot de digitale wereld, en kan het intuïtieve karakter van tablets helpen om de digitale kloof op het vlak van internetvaardigheden te dichten.

digiMeter 2014 - Dagelijks gebruik Tablets in Vlaanderen

De top-5  functies die dagelijks op een tablet uitgevoerd worden, zijn erg gelijkaardig tussen de verschillende leeftijdsgroepen. De volgorde is echter wel verschillend. Waar social media op de eerste plaats komt bij jongeren, zien we dat het lezen van e-mails voorop komt bij oudere generaties. Opmerkelijk is dat gamen op een tablet voor 30% van de tabletbezitters ouder dan 60 jaar een dagelijkse activiteit is, tegenover 23% bij de jongere generaties. Ook dit toont aan poorten kan openen voor een oudere generatie die tot nu toe enkel toegankelijk waren voor jongere generaties.

digiMeter 2014 - Top 5 tablet applicaties dagelijks gebruik

Bij smartphone-applicaties kunnen we gelijkaardige conclusies trekken als bij tablet. Wel zien we dat het belang van social media hier hoger is dan bij tablet. Op smartphone is dagelijks gamen  dan weer populairder bij de jongere generatie smartphonebezitters (24%) dan bij de oudere generaties (30 tot 59 jaar: 15% ; 60+: 7%), wat dus ook een verschil is in vergelijking met tablet.

digiMeter 2014 - Top 5 smartphone applicaties dagelijks gebruik

 

Sociale netwerken zijn voor jongeren dus erg belangrijke applicaties op hun mobiele toestellen. Dat zien we ook in de intensiteit waarmee ze sociale media gebruiken. Voor Facebook bijvoorbeeld zien we dat 64% van de jongeren met een account op dit sociale netwerk, minstens 1 uur per dag Facebook gebruiken. Dat is een pak hoger dan bij 30 tot 59-jarigen (33%) en 60-plussers (22%).

digiMeter 2014 - Minstens 1 uur Facebook per dag

Als we ten slotte kijken naar het betalen voor apps (zowel het aankopen van apps zelf als het uitvoeren van aankopen binnen een app), dan zien we dat meer tabletbezitters het afgelopen jaar betaald hebben voor tablet-applicaties, dan dat smartphonebezitters betaald hebben voor smartphone-apps. Dit geldt binnen elke leeftijdscategorie. Bovendien zien we dat de piek ligt tussen 30 en 50 jaar (zowel voor tablet als voor smartphone). Waar jongeren zoveel mogelijk op zoek gaan naar gratis manieren om media te consumeren, zien we dus dat de generatie tussen 30 en 50 jaar wel bereid is om te betalen.

digiMeter 2014 - Betalen voor Apps op tablet of smartphone

 

 

De Correspondent: 1 jaar later

Op 30 september 2013 ging De Correspondent van start, en meteen kreeg het initiatief het label van een van de meest succesvolle journalistieke crowdfunding-projecten mee. Hoe succesvol is deze Nederlandse start-up 1 jaar na de lancering? Hoe kijken de oprichters terug op het afgelopen jaar? Wat is het oordeel van de hoofdredacteurs van andere Nederlandse kranten? En waar zien de oprichters nog groeimogelijkheden?

De correspondent is een digitaal platform voor onderzoeksjournalistiek, en nieuws dat verder gaat dan ‘de waan van de dag’.  De site is advertentievrij; inkomsten komen vanuit de leden die jaarlijks €60 betalen. De site werd voor het eerst aangekondigd in het programma De Wereld Draait Door in maart 2013. Daarin haalde medeoprichter Rob Wijnberg aan dat De Correspondent pas van start kan gaan als er 15.000 leden intekenen voor €60. Een week later werd dat streefdoel al ruimschoots behaald. Uiteindelijk ging het project van start met een basis van 20.000 leden.

‘Het medicijn tegen de waan van de dag’. Dat is de slogan waar De Correspondent graag mee uitpakt, en die ook aangeeft waar het platform voor wil staan. De verhalen die op De Correspondent verschijnen, zijn niet gebaseerd op wat er die dag is gebeurd in de wereld. De Correspondent wil onderzoeksjournalistiek brengen, die een kader en context schept van wat er omgaat in de wereld. Deze sterkte houdt echter ook een zwakte in: door de band met het dagelijks nieuws door te knippen, verliezen de artikels hun urgentie en dwingendheid, en dreigt het gevaar dat de lezers (pardon: leden; zie volgende paragraaf) de stukken steeds meer links laten liggen.

De Correspondent heeft het niet over lezers of gebruikers, maar over leden. Dat heeft een impact op de relatie en interactie: van leden wordt niet verwacht dat ze enkel de stukken lezen, maar ook dat ze een bijdrage leveren aan het verhaal. De Correspondent ziet de journalisten als ‘conversation leaders’, en de leden als ‘contributing experts’. Het idee is dat 3.000 leraars samen meer weten dan 1 onderwijsjournalist. Gebruikers kunnen alleen posten onder hun eigen naam. Bovendien kan een lid kiezen om een (functie)titel naast zijn naam te plaatsen, om aan te tonen waarom hij/zij een expert is op dat vlak. Als je bv een stuk schrijft rond kankeronderzoek, dan kunnen er verschillende type experts tussen de leden zitten: medische experten, projectmedewerkers bij organisaties als ‘Kom op tegen kanker’, maar ook mensen die zelf getroffen werden door kanker. Allen leveren een heel eigen kijk op de kwestie, en samen kunnen ze een vollediger verhaal scheppen dan wat een enkele journalist zou kunnen doen. Op die manier wil De Respondent zijn leden ook meer betrekken bij het project, in de hoop hen voor een langere tijd aan zich te kunnen binden.

En dat lijkt op het eerste zicht wel te lukken. Gedurende het eerste jaar zijn er 17.000 leden bijgekomen. Samen met de 20.000 leden die er van bij de start bij waren, zat de site op 23 september 2014 al aan 37.000 leden. Uiteraard was 30 september 2014 een belangrijke dag: dan moeten de eerste abonnementen vernieuwd worden. Uiteindelijk hebben 11.000 van de 20.000 leden van het eerste uur reeds hun abonnement verlengd. Samen met de 17.000 leden die nog een lopend abonnement hebben, heeft De Correspondent dus momenteel 28.000 leden. Al hoopt medeoprichterErnst-Jan Pfauth dat er nog fans van het eerste uur hun abonnement zullen verlengen.

Ledenaantal De Correspondent
De oprichters van De Correspondent gaven ook aan dat ze heel wat geleerd hebben in hun eerste jaar.

1. Explain how you spend your members’ money;
2. Encourage journalists to work together with members;

3. Your members are your best ambassadors;
4. Reach out to people who already like you;
5. Think beyond your platform when it comes to publishing your stories

Een belangrijke les was dus om zo open mogelijk te spreken over hoe de inkomsten verdeeld worden. Daartoe publiceerde Ernst-Jan Pfauth een rapport waarin gedetailleerd werd uitgelegd wat er gebeurde met elke €60 die de leden betaalden.

Verdeling 60 euro lidgeld De Correspondent
De tweede les, rond het belang van interactie tussen correspondenten en leden, is in deze blog al eerder aan bod gekomen. Om dat nog meer kracht bij te zetten, heeft De Correspondent een filmpje online geplaatst waarin elke correspondent kort zijn of haar visie over De Correspondent aanhaalt. Op die manier krijgt elke auteur een gezicht, en hoopt De Correspondent om de drempel tot interactie verder te verlagen.
Aangezien De Correspondent geen verantwoording moet afleggen aan adverteerders of andere externe investeerders, kan De Correspondent zich focussen op wat de leden belangrijk vinden. Op die manier wordt de band met de leden versterkt, en kunnen die leden anderen overtuigen om ook in te tekenen op een jaarabonnement. Dit is volgens De Correspondent de grootste oorzaak waarom er nog 17.000 leden zijn bijgekomen het afgelopen jaar.
Op Facebook hebben ruim 75.000 mensen de pagina van De Correspondent geliket. Er is dus nog een groot potentieel dat achter het concept van De Correspondent staat, maar nog niet heeft ingetekend. Het converteren van deze likers naar leden is volgens de oprichters dan ook een cruciale bron van groei voor de site.
Naast de nieuwssite denkt De Correspondent ook na over andere platformen. Zo hebben de oprichters een uitgeverij opgestart. Bedoeling is vooral om in te zetten op e-books. Het eerste boek is “Gratis geld voor iedereen. En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen“, door correspondent Rutger Bregman.
Naast deze verwezenlijkingen zijn ze bij De Correspondent niet blind voor mogelijke verbeterpunten. Zo moet het platform nog meer loskomen van de traditionele conventies om meer te halen uit de digitale mogelijkheden. De verhalen moeten gelaagder worden, en waar mogelijk gelinkt worden met elkaar. Ook de verscheidenheid van de topics kan nog verbeterd worden, en de site moet gebruiksvriendelijker worden (zoekfunctie toevoegen, betere homepagina, en leden toestaan om per maand ipv per jaar te betalen).

Een jaar na lancering lijkt De Correspondent dus nog zeker ‘alive and kicking’. Hoe kijken andere Nederlandse hoofdredacteurs terug op dit initiatief? De Morgen vroeg het hen. Algemene teneur is dat de kwaliteit van de stukken hoog ligt,  het concept op zich een verrijking is en een van de boeiendste start-ups uit de journalistieke sector, maar dat het totale gebrek aan een link met de actualiteit een nadeel is. Bovendien is de toon vaak te hooghartig ten opzichte van andere nieuwsbronnen. Ook anderen haken af op het ietwat highbrow en elitair kantje van de site.

De Correspondent heeft het eerste jaar dus overleefd. Iets wat niet iedereen verwacht had.

De Correspondent comment op Gigaom 8 mths

Het blijft alleszins een boeiend journalistiek experiment. Benieuwd hoe die andere Nederlandse start-up, Blendle, zijn eerste verjaardag zal vieren in april 2015.

 

 

BitTorrent, voorvechter van het gratis internet, wil Crowdfunding en Paywall implementeren

BitTorrent, het bedrijf achter de gelijknamige protocol en software om (illegaal) bestanden te delen en te downloaden (denk aan bv The Pirate Bay die de BitTorrent protocol gebruikt), wil nu geld vragen voor enkele van zijn diensten.

De naam BitTorrent kan op twee entiteiten slaan: BitTorrent.org en BitTorrent.com.

BitTorrent.org is het ‘open source’ gedeelte, waar de programmeurs naar hartelust hun eigen programma kunnen schrijven volgens het BitTorrent protocol.

BitTorrent.com is de commerciële toepassing van het protocol, meer gericht naar de eindgebruikers (consumenten) van het product. BitTorrent.com is dus gewoon 1 van de vele clients die draaien op het BitTorrent protocol (net als bv The Pirate bay een andere client is die op de BitTorrent protocol draait).

Maar beiden hebben wel dezelfde oorsprong. De BitTorrent protocol (BitTorrent.org) is ontwikkeld door Bram Cohen in 2001, en hij stond ook mee aan de wieg van de ‘officiële’ BitTorrent client (BitTorrent.com), en zit er nu nog steeds in het management team.

Deze blogpost gaat over het bedrijf BitTorrent.com, en hoe deze voorvechters van het “gratis internet” allerlei manieren aan het uitzoeken zijn om hun gebruikers toch te doen betalen.

Nu is het al zo dat BitTorrent vooral zijn geld haalt uit betalende klanten (voor $20 per jaar (per device), krijg je snellere downloads, is de software ad-free, is er een automatische virus-detectie, krijg je toegang tot een HD-player die de meeste video-formaten afspeelt, en kun je gemakkelijk files converteren naar formaten voor je mobiele devices). Van de 170 miljoen gebruikers, zijn er momenteel 2 miljoen betalende gebruikers.

BitTorrent wil nu 2 initiatieven lanceren om meer geld binnen te krijgen:

1/ Crowdfunding voor een fictiereeks (“Children of the Machine“): in december brengt BitTorrent de pilootaflevering van deze serie uit (nu al zijn er enkele trailers beschikbaar). Daarna wil het bedrijf via crowdfunding geld inzamelen om de overige 8 afleveringen van de reeks te maken (ze mikken op 250.000 gebruikers die elk $9,95 betalen). Zoals NRCQ terecht opmerkt: “Een serie die, ironisch genoeg, na verschijnen waarschijnlijk direct gratis op illegale torrentsites zal worden aangeboden.”

2/Betaalmuur voor sommige content: BitTorrent is aan het onderhandelen met partners uit de muziek-business om bepaalde content te verspreiden achter een paywall. Het is de artiest zelf die beslist of er een paywall komt, en hoeveel een download kost (BitTorrent zal hier een percentage als fee op claimen). Momenteel zijn er nog geen namen gekend van artiesten die in dit model zouden instappen.
BitTorrent heeft in het verleden al geëxperimenteerd met betalende content, maar is daar toen in gefaald. Het BitTorrent Entertainment Network, opgericht in 2007 en opgedoekt in 2008, werkte samen met Hollywoodproducers om series en films via een betaalmodel te verspreiden. Volgens BitTorrent zelf lag de prijs per download echter veel te hoog toen, en was dat de reden dat het project gefaald heeft.