Snapchat overtuigt steed meer volwassen gebruikers

Zowel Telecompaper (Nederland) als ComScore (VS) brachten deze week een nieuwsbericht uit dat Snapchat steeds populairder wordt bij volwassenen. Of, zoals Statista het bericht van ComScore verwoordde: ‘Beware Snapchat users: Your parents are coming’.

Telecompaper stelt dat intussen 25% van de Nederlanders Snapchat heeft geïnstalleerd op de smartphone. Tieners (12-19 jaar) zijn nog steeds de grootste groep gebruikers, met 78% die de app heeft staan. Maar ook bij 30-39 jarigen kent Snapchat steeds meer ingang, met 14% die inmiddels Snapchat heeft geïnstalleerd.

Vergelijken met cijfers uit digiMeter voor Vlaanderen is niet voor de hand liggend. Ten eerste stelt Telecompaper niet expliciet of de resultaten gefilterd zijn op smartphonebezitters of niet. Ten tweede rapporteert digiMeter het aantal gebruikers van de berichtendienst, terwijl Telecompaper aangeeft hoeveel Nederlanders de app hebben geïnstalleerd op hun smartphone (los van het feit of ze die nog gebruiken of niet).
Niettemin zien we duidelijke parallellen. In Vlaanderen gebruikt 26% van de smartphonebezitters maandelijks Snapchat. Ook hier zien we dat het gros van de gebruikers nog steeds binnen het jongste segment te vinden zijn: bij de 15 tot 19-jarige smartphonebezitters gebruikt 76% maandelijks Snapchat. Binnen het segment van de dertigers is dat 15%.
Snapchat 2015 per leeftijd

Ook ComScore ziet een gelijkaardige evolutie in de VS. Snapchat telt nog steeds de meeste gebruikers bij 18-24 jarigen, maar het aantal gebruikers binnen 25-34 jarigen is wel sterk gestegen: in 2013 gebruikte slechts 5% binnen die leeftijdsgroep deze app, terwijl dat in 2016 gestegen is naar 38%. Ook binnen de 35-plussers heeft intussen 14% Snapchat staan op de smartphone, wat in 2013 nog maar 2% was.

De kloof tussen 18-24 jarigen enerzijds en de oudere segmenten anderzijds is in Vlaanderen groter: 73% binnen de 18-24 jarigen met een smartphone gebruikt Snapchat, tegenover een kwart van de 25-34 jarigen, en 8% van de 35-plussers.

Snapchat 2015 per leeftijdComScore vs Digimeter

Advertenties

Mary Meeker: het stijgende belang van spraaktechnologie

Mary Meeker werkt bij durfkapitaalverstrekker KPCB, waar ze bedrijven adviseert bij investeringen in technologiebedrijven. Daarvoor werkte ze als research analyst en uiteindelijk managing director bij Morgan Stanley. Sinds begin jaren 2000 presenteert ze jaarlijks een slidedeck met trends in de wereld van internet en technologie die volgens haar het volgen waard zijn. In het begin was dit nog een bescheiden set van een 50-tal slides, maar de laatste jaren is dit gegroeid tot een rapport van 200 slides. Elk jaar als het rapport uitkomt, wordt dit gretig gedeeld en becommentarieerd.

Perfect leesvoer voor in de zomervakantie dus. De slidedeck kun je terugvinden op de site van KPCB, net als het archief met alle vorige rapporten. Een selectie van 15 slides kun je hier vinden.

Het volledige rapport van 2016 staat ook onderaan deze blogpost. Deze topics komen aan bod:

  1. Globale internettrends (slide 5-8): Wereldwijd zijn er ruim 3 miljard internetgebruikers (=42% van totale bevolking). Groei valt wel terug van +15% in 2009 naar +9% in 2015. India kent wel een sterke stijging internetgebruikers (+40%), en heeft met 277 miljoen gebruikers de VS voorbijgestoken als de op één na grootste markt van internetgebruikers (na China).
    2016-internet-trends-report-6-638
  2. Groei smartphone valt stil (slide 9-12): Het aantal gebruikers steeg in 2015 met 21%; in 2014 was dat nog 31%. Meer dan de helft van de gebruikers komen intussen uit Asia Pacific (Azië + Oceanië); in 2008 was dat nog maar 1 op 3. Ook de verkoop van smartphones is sterk teruggevallen: in 2015 werden er 10% meer smartphones verkocht dan het jaar voordien; in 2014 bedroeg die groei nog 28%. Android-toestellen kennen nog wel een groei, maar iPhone kent in 2016 voor het eerst een daling in het aantal verkochte toestellen. Dit komt overeen met wat Apple zelf rapporteert in zijn kwartaalcijfers: in de periode januari-maart 2016 werden er 16% minder iPhones verkocht dan in dezelfde periode het jaar voordien.

    2016-internet-trends-report-12-1024
    NOOT: ASP=Average Selling Price; in dit geval de gemiddelde verkoopprijs van een smartphone.
  3. Groei in ontwikkelingslanden neemt af (slide 13-15): Grootste drempels blijft een gebrekkige infrastructuur, gekoppeld aan het ontbreken van een incentive of reden om online te gaan, gebrek aan internetvaardigheden en een te hoge kost ten opzichte van een laag inkomen. Die laatste drempel zien we ook opduiken als drempel om een smartphone aan te schaffen: in Ethiopië bijvoorbeeld bedraagt de gemiddelde kostprijs van een smartphone daar 48% van het gemiddelde jaarloon per inwoner.In Vietnam is dat 15%. Ter vergelijking: in ontwikkelde landen zoals Duitsland of Japan bedraagt de gemiddelde prijs van een smartphone nauwelijks 1% van het gemiddelde jaarinkomen per inwoner.
    2016-internet-trends-report-15-638
  4. Wereldwijde economische groei vertraagt (slide 17-40): De voorbije 20 jaar bedroeg de wereldwijde groei in Bruto Binnenlands Product (BBP) gemiddeld 3,8% per jaar. In 6 van de laatste 8 jaar zat de groei echter onder dat gemiddelde. Ook de prijs van bulkgoederen zoals granen en (edel)metalen zit in een neerwaartse trend, wat ook gelinkt kan zijn met een verlaagde economische groei. Ook de regio’s met het grootste aandeel binnen het wereldwijde BBP zijn de laatste 30 jaar gewijzigd. In 1985 waren China en de andere opkomende Aziatische landen (zonder Japan) goed voor 18% van het wereldwijde BBP; in 2015 is hun aandeel gestegen naar 63%. Omgekeerd is het aandeel van Europa, Noord-Amerika en Japan gedaald van 63% in 1985 naar 29% in 2015. Verder zien we een wereldwijde stijging aan overheidsschulden, zakken rentes naar een dieptepunt, en zien we de wereldbevolking vergrijzen (dalend geboortecijfer en stijgende levensduur). Mary Meeker ziet in al deze uitdagingen een grote rol weggelegd voor innovatie om dit op te vangen.
    2016-internet-trends-report-22-638
  5. Online advertentiemarkt (slide 42-48): Blijft stijgen, vooral dankzij mobiel. Maar: nog veel potentieel voor mobile advertising (nog teveel storende advertenties, cf. gebruik van adblockers, en vooral nood aan originele, authentieke advertenties gebracht op een zo min mogelijk storende manier, bv zonder geluid en zonder volledig scherm in te palmen).
    2016-internet-trends-report-47-638
  6. Marketing en commerce (slide 50-70): Verschilt per generatie. Grote evoluties op vlak van handel, met laatste jaren sterke groei op vlak van online en mobiel shoppen. ‘Fysieke’ winkels krijgen een steeds belangrijker digitale poot. Maar: omgekeerd zien we ook steeds vaker dat pure webshops ook een offline ‘fysieke’ winkel openen (cf. Amazon).
    2016-internet-trends-report-60-638
  7. Belang visuele communicatie (afbeeldingen/video) neemt toe (slide 72-96): Platformen met hoogste engagement zijn platformen die sterk gericht zijn op video en foto (Facebook, Snapchat, Instagram). Steeds meer aandacht voor real-time streaming van video’s gefilmd door gebruikers (Periscope, Facebook Live). Delen van foto’s stijgt vooral op berichtendiensten (Snapchat, WhatsApp, Facebook Messenger), terwijl groei op sociale media (Facebook, Instagram) lijkt te vertragen. Sterk potentieel van gebruik foto’s/video’s voor commerciële doelen (bv: 55% van de Pinterestgebruikers zegt het platform te gebruiken om een product op te zoeken en/of te kopen).
    2016-internet-trends-report-90-638
  8. Opmars berichtendiensten gaat verder (slide 97-110): Sterke stijging in gebruikersaantallen (WhatsApp telt intussen ruim 1 miljard gebruikers). Bieden steeds nieuwere vormen van zelfexpressie (emoticons-stickers-GIF (afbeeldingen met animatie)-filters/lenzen/maskers). Steeds vaker andere diensten geïntegreerd (bv mobiel bankieren, taxi reserveren, eten bestellen, mobiel shoppen,…). Ook steeds vaker gebruikt voor communicatie tussen bedrijven en (vooral jonge) klanten.
    2016-internet-trends-report-107-638
  9. Gesproken commando’s steeds populairder (slide 112-133): Spraakherkenning wordt steeds accurater (grootste platformen scoren boven 90% accuraatheid). Dat vertaalt zich in een steeds wijder verspreid gebruik: 65% van smartphonebezitters in de VS gebruikt een voice-assistant minstens één keer per jaar. Siri, de virtuele assistent op iOS-toestellen, behandelt ruim 1 miljard gesproken commando’s per week. In de VS zijn 1 op 5 van de zoekopdrachten op Android-toestellen intussen gesproken opdrachten. Grootste voordeel is dat de bediening handenvrij en zichtsvrij: je hoeft je handen en je ogen niet te gebruiken om het toestel te bedienen. Dat verklaart waarom de wagen voor 36% van de gebruikers in de VS de voornaamste setting is waar spraakbesturing gebruikt wordt. Amazon Echo, een standalone toestel dat op basis van spraakcommando’s zoekopdrachten kan uitvoeren of andere apps (bv. muziekapps) of toestellen kan besturen, kent ook een steile groei.
    2016-internet-trends-report-125-638
  10. Technologie steeds belangrijker in transport- en autosector (slide 134-159): Rol van smartphone/wearables om functies van een wagen te bedienen nemen toe (Tesla laat bijvoorbeeld toe om de wagen te sluiten of zelfs te parkeren aan de hand van een smartphone of smartwatch). De technologie achter zelfrijdende wagens kent grote vooruitgang.
    2016-internet-trends-report-139-638
  11. Focus op China (slide 160-181): China blijft met 668 miljoen gebruikers de grootste internetmarkt. WeChat blijft veruit het belangrijkste mobiele platform in China: 35% van alle tijd gespendeerd op de smartphone in China is op naam van WeChat. Sinds 2015 genereert internet ook meer advertentie-inkomsten dan televisie. E-commerce en mobiel betalen is in China belangrijker (en omvangrijker) dan in de VS.
    2016-internet-trends-report-167-638
  12. Data: platformen en privacy (slide 193-): De hoeveelheid beschikbare digitale informatie neemt sterk toe, terwijl opslagkosten van data sterk daalt. Ook de bronnen die digitale data genereren neemt toe: sociale media, berichtendiensten, geconnecteerde toestellen (bv. wagens, huishoudapparaten,…), drones, wearables,… Hierdoor neemt ook het vraagstuk over databeveiliging en privacy toe.
    2016-internet-trends-report-196-638

 

WhatsApp past end-to-end encryptie toe op alle communicatie

Tekstberichten die één-op-één verstuurd werden via WhatsApp, zijn al een tijdje versleuteld volgens het end-to-end principe. Dat houdt in dat berichten die je verstuurt enkel kunnen ‘ontcijferd’ worden door de ontvanger. Andere partijen die het bericht zouden onderscheppen (overheid, cybercriminelen, WhatsApp zelf) krijgen een onleesbare reeks tekens te zien. Sinds 5 april is die encryptie sterk uitgebreid: voortaan worden alle vormen van communicatie via WhatsApp versleuteld. Dus niet alleen tekstberichten, maar ook foto’s, video’s en gesproken berichten. En niet alleen maar bij één-op-één gesprekken, maar ook bij groepchats. Gebruikers hoeven hiervoor niets te doen, het volstaat om de meest recente versie van WhatsApp te gebruiken. Voer je een conversatie met één (of meerdere) personen die de recentste versie van WhatsApp gebruiken, zie je volgende mededeling verschijnen in een geel tekstvak:

Whatsapp nietzche

Wie meer info wil over hoe dit principe werkt, kan terecht op de security-pagina van WhatsApp, of kan de whitepaper lezen. Het komt erop neer dat als je een bericht verstuurt, de applicatie een publieke sleutel vraagt die van toepassing is voor de ontvanger. Via die publieke sleutel wordt het bericht herschreven in een set van onleesbare karakters, die enkel kan ontcijferd worden door de private sleutel op het toestel van de ontvanger (zie onderstaand schema).

Whatsapp_Encryption_Proxima-1024x600
WhatsApp uses what’s called public key encryption: To send a message to User B, User A asks a WhatsApp server for a public key that applies to User B. User A then uses the public key to encrypt the message. User B’s private key—only available on User B’s phone—decrypts the message. -SOURCE: WIRED (http://www.wired.com/2016/04/forget-apple-vs-fbi-whatsapp-just-switched-encryption-billion-people/)

WhatsApp werkt hiervoor samen met een cryptograaf, gekend onder het pseudoniem Moxie Marlinspike. De encryptie is gebaseerd op het door hem ontwikkelde Open Whisper Systems.

Geen enkele derde partij (ook WhatsApp zelf niet) kan dus onderschepte berichten ontcijferen zonder de private sleutel op het toestel van de ontvanger. Dit doet uiteraard meteen denken aan het conflict dat ontstaan was tussen Apple en de FBI. Om berichten van de dader van een schietpartij in San Bernardino (Californië) te kunnen ontcijferen, vroeg de FBI om de encryptie van de iPhone van de dader te omzeilen. Apple ging hier niet op in. Niet alleen omdat ze dat technisch gezien niet kunnen, maar vooral omdat ze geen precedent willen scheppen. Die encryptie zorgt ervoor dat ook wie in gebieden woont waar vrijheid van meningsuiting geen evidentie is, je toch berichten kan uitwisselen zonder schrik te hebben dat de overheid je berichten onderschept. Of zonder schrik te hebben dat een cybercrimineel aan de haal gaat met de inhoud van je berichten. Als Apple bewust achterpoortjes zou inbouwen om die encryptie te omzeilen, dan zouden instanties met minder goede bedoelingen daar snel achterkomen. Apple kreeg steun van zowat elk techbedrijf. En door de zet van WhatsApp is de schaal van encryptie nog sterk vergroot. Het bedrijf heeft namelijk bekend gemaakt dat er maandelijks zo’n 1 miljard mensen gebruik maken van de berichtendienst.

Nog een pittig detail: volgens de site Motherboard werd het encryptiesysteem Open Whisper Systems gefinancierd door subsidies die zijn goedgekeurd door dezelfde congresleden die nu eisen van techbedrijven dat ze de encryptie moeten opheffen.

WhatsApp telt 1 miljard gebruikers

WhatsApp kondigde aan in een blogpost dat de berichtendienst de kaap van 1 miljard maandelijks actieve gebruikers heeft gerond. Daarmee doet WhatsApp het beter dan Facebook Messenger, de andere berichtendienst van Facebook, die op dit moment 800 miljoen gebruikers telt. De groei van WhatsApp is fenomenaal: op amper 7 jaar tijd heeft WhatsApp deze mijlpaal van 1 miljard gebruikers bereikt. Ter vergelijking: Gmail, die onlangs ook al communiceerde 1 miljard gebruikers te hebben, deed hier 11 jaar over, Facebook 8 jaar.

Nog enkele cijfers rond WhatsApp: dagelijks worden er 42 miljard berichten uitgewisseld via de app. Daarnaast worden dagelijks 1,6 miljard foto’s en 250 miljoen video’s gedeeld. En dat allemaal met een team van slechts 57 ingenieurs.

WhatsApp figures

Steeds meer mogelijkheden voor mobiel betalen

Amerikaanse gebruikers van Facebook Messenger kunnen sinds kort via de messaging app geld overmaken aan hun vrienden. Volgens Facebook wordt het versturen van geld even gemakkelijk als het sturen van een bericht. Facebook is zeker niet de eerste die zich op de markt van mobiel betalen stort, maar kan wel rekenen op een grote gebruikersbasis (zo’n 500 miljoen maandelijkse gebruikers; minder dan de 700 miljoen gebruikers van die andere Facebook messaging app WhatsApp, maar een pak groter dan de geschatte 200 miljoen gebruikers van Snapchat). De dienst is gratis voor de gebruikers, maar Facebook ziet vooral een mogelijkheid om op die manier heel waardevolle data te bekomen van zijn gebruikers, namelijk over de transacties die de gebruikers uitvoeren.  Nu is de toepassing vooral nog gericht op “peer-to-peer” betalingen (betalingen tussen gebruikers), maar bedoeling is om dit verder uit te breiden naar e-commerce. Zo werkt Facebook samen met Stripe om een Buy-button te lanceren. Op die manier zouden gebruikers snel een item uit een Facebook-advertentie kunnen kopen, zonder het platform te verlaten. De data die Facebook op die manier verzamelt, kan van grote waarde zijn voor adverteerders.   Het is voorlopig nog niet gekend wanneer deze dienst buiten de VS beschikbaar zal zijn.

Dit initiatief van Facebook doet erg veel denken aan SnapCash van Snapchat. Ook Snapcash laat gebruikers toe om heel eenvoudig geld toe te voegen aan een berichtje naar je vrienden. Andere gelijkaardige “peer-to peer payment apps” in de VS zijn Venmo en Dwolla. In Vlaanderen zijn er voorlopig weinig gelijkaardige (succesvolle) apps. Wel kunnen klanten bij BNP paribas Fortis bijvoorbeeld gebruik maken van Easy Transfer om snel geld over te schrijven naar je vrienden. Een andere mogelijkheid is het gebruik van de Bancontact-app. Deze werkt op basis van QR-codes. Je geeft een bedrag in, de app genereert een QR-code, de ontvanger scant de code in, en de betaling is uitgevoerd.

Mobiel betalen via de Bancontact-app (bron afbeelding: http://www.zdnet.be/nieuws/155620/bancontact-laat-je-betalen-met-je-smartphone/)
Mobiel betalen via de Bancontact-app (bron afbeelding: http://www.zdnet.be/nieuws/155620/bancontact-laat-je-betalen-met-je-smartphone/)

Naast het versturen van geld naar andere gebruikers, duiken steeds vaker “mobile wallets” op die je in staat stellen om effectief aankopen uit te voeren via je smartphone. De meest gekende is veruit Apple Pay. Deze is pas gelanceerd in oktober 2014, maar is nu al het meest besproken mobiel betaalsysteem. Concurrenten als Google Wallet bestaan al veel langer, maar hebben nooit de buzz kunnen creëren als Apple Pay. In Vlaanderen komen de eerste kleine initiatieven van de grond. Zo kun je met SEQR mobiele betalingen uitvoeren in onder andere vestigingen van de Colruyt-groep en McDonalds. Visa heeft ook aangekondigd om nog in 2015 mobiel betalen mogelijk te maken in België. In een eerste fase zal contactloos betalen met de Visa-kaart gelanceerd worden (waarbij het volstaat om de Visa-kaart in de buurt van een terminal te houden), in een latere fase zal betaling ook mogelijk zijn via de smartphone-app van Visa. België loopt trouwens achterop op het vlak van contactloos betalen. In Nederland is contactloos betalen stilaan ingeburgerd (de bankkaarten van grootbanken in Nederland zijn in de meeste gevallen uitgerust met NFC), en bij de Londense metro kennen ze piekmomenten van 500.000 contactloze betalingen per dag met Visa.

Het grote voordeel van mobile wallets is vooral gebruiksgemak; niet alleen gaat betalen via smartphone sneller dan bij betalen via cash of bankkaart, maar je kunt ook alle kaarten (zowel bankaarten als voordeel- en klantenkaarten) centraliseren in 1 app/toestel. Het stelt de gebruiker ook in staat om gemakkelijk over alle info te beschikken van je laatste aankopen. De grootste drempel om over te gaan naar mobiele betalingen blijft de veiligheid. Berichten rond gelekte data uit iCloud of uit sociale media als Snapchat creëren een gevoel van onveiligheid rond mobiel betalen. Het mag dan ook niet verbazen dat veiligheid en privacy een erg belangrijk deel uitmaken van de persberichten bij lanceringen van mobiele betaalsystemen: bij Snapcash hamerde Snapchat op de betrouwbaarheid van hun partner Square, bij de lancering van Apple Pay bevatte bijna elk paragraaf van hun persbericht een verwijzing naar de beveiligingen achter het systeem, en ook ruim de helft van het persbericht van Facebook ging over de veiligheid van de transacties. In tegenstelling tot die negatieve percepties, zijn mobiele betalingen echter beter beveiligd dan transacties via bankkaart.

Rapport AdLit: Mediagebruik bij minderjarigen

AdLit*, een onderzoeksproject rond reclamewijsheid, heeft een eerste rapport uitgebracht. Vanuit wetenschappelijke literatuur en rapporten zoals Apestaartjaren, digiMeter, Iene Miene Media (Nederland) en Common Sense Media (VS) wordt een overzicht gemaakt van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Dit rapport vormt een onontbeerlijk startpunt voor AdLit, omdat je eerst moet weten hoe en welke media kinderen en jongeren gebruiken, vooraleer je een inzicht kunt verwerven in hoe minderjarigen omgaan met advertenties op die platformen.

Het eerste deel schetst een globaal beeld van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Zo zien we dat kinderen en vooral jongeren nog wel positief staan tegenover kranten en tijdschriften, maar dat ze steeds vaker de digitale versies ervan consumeren. Toch zegt 1 op de 8 kinderen (tussen 9 en 12 jaar) dat ze dagelijks een papieren krant en/of (kinder)tijdschrift lezen, bij jongeren is dat 1 op 4. Dit geeft al aan dat de leesfrequentie van kranten en tijdschriften toeneemt met de leeftijd van kinderen/jongeren, een belangrijke bevinding om onderzoek rond reclamewijsheid op te zetten.

 

Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren (bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 - rapport in kader van AdLit SBO)
Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren
(bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 – rapport in kader van AdLit SBO)

Consumptie van radio bij kinderen en jongeren blijft stabiel. Net als bij geschreven pers ligt de frequentie waarop kinderen en jongeren luisteren naar de radio lager dan het gebruik van internet of het kijken naar televisie, maar toch zien we dat radio populair blijft bij minderjarigen, zeker in vergelijking met anderen landen. Als we dieper kijken in de resultaten van digiMeter 2014, dan valt op dat het luisteren naar de radio vrij stabiel blijft over alle leeftijdsgroepen heen (met toch een piek tussen 20 en 49 jaar), terwijl er een sterke relatie is tussen leeftijd en het consumeren van online muziek via kanalen als Spotify, YouTube en iTunes (hoe jonger, hoe populairder online muziekkanalen zijn). Bij de jongste groep in de digiMeter-studie (15-19 jaar) zien we zelfs dat de online muziekkanalen populairder zijn dan de traditionele radiostations.

DigiMeter 2014 - Gebruik radio en online muziek per leeftijd (Bron: digiMeter 2014 - www.iMinds.be/digiMeter)
DigiMeter 2014 – Gebruik radio en online muziek per leeftijd
(Bron: digiMeter 2014 – www.iMinds.be/digiMeter)

Televisie blijft enorm populair bij kinderen en jongeren, zeker als je ook internetvideo mee in rekening brengt. Het klassieke televisietoestel en lineaire programmering blijft de ruggengraat voor televisieconsumptie bij jongeren, maar daar bovenop komt een steeds grotere laag van alternatieve vormen van televisieconsumptie. Niet alleen het aantal vormen neemt toe (uitgesteld kijken, video on demand (bijvoorbeeld Netflix), user generated content (bijvoorbeeld YouTube),…), maar ook de toestellen waarop audiovisuele media worden bekeken is sterk uitgebreid (smart TV, laptop, smartphone, tablet, mediastreamers zoals Apple TV en Google Chromecast om internetvideo te streamen op je televisietoestel,…).

Internet neemt een steeds belangrijker plaats in bij kinderen en jongeren. Zelfs bij kinderen van 3-4 jaar blijkt 7 op 10 al online actief te zijn (vaak voor het bekijken van videoclips). Naarmate ze ouder worden komen daar andere activiteiten bovenop zoals het spelen van (educatieve) games, het opzoeken van informatie (bijvoorbeeld bij het maken van huiswerk) en het aangaan van sociale contacten via sociale media en chat/messaging.

Twee toestellen die voor kinderen en jongeren nauw samenhangen met de opmars van digitale media zijn de smartphone en de tablet. Mobiele telefoons kennen een scharnierpunt rond 12 jaar (de start aan de middelbare school blijk voor 41% ook de leeftijd te zijn waarop ze voor het eerst een mobiele telefoon kregen). Messaging apps zoals Facebook Messenger en Snapchat kennen een breed gebruik onder jongeren. Uit digiMeter bleek bijvoorbeeld dat bij jongeren tussen 15 en 19 jaar die een smartphone bezitten, het sturen van berichten via OTT-messaging apps intussen bijna even populair is als het sturen van klassieke SMS’en (met Facebook Messenger en Snapchat als populairste apps).

digiMeter 2014 - Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone
digiMeter 2014 – Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone

 

De tablet is dan weer een toestel dat erg toegankelijk is voor kleine kinderen. Voor volwassenen is het vaak onvoorstelbaar hoe snel kinderen vaardigheden aanleren om een tablet te bedienen. In het AdLit-rapport wordt een studie door ‘Mijn Kind Online’ aangehaald, dat een vergelijking maakt met een prentenboek:

Vanwaar die enorme populariteit van de tablet bij jonge kinderen? Het succes heeft wellicht niet enkel te maken met het feit dat tablets vlotjes in het bereik van kinderhanden liggen in de vele huishoudens. De belangrijkste reden, zoals uiteengezet in een rapport van Mijn Kind Online (2011), is de aansluiting van tablets bij de leefwereld van kinderen. Een tablet zou net als een (prenten)boekje zijn, waar niet zo snel op vastgelopen kan worden als op een pc met een muis: navigeren kan met de vingers op het scherm (‘swipen’), en terugkeren naar het beginscherm kan doorgaans via een grote centrale (fysieke) knop op het toestel. Op die manier wordt ook de aandacht langer vastgehouden. Het gaat echter ook veel verder dan slechts een ‘(prenten)boekje’: de tablet biedt namelijk veel interactieve mogelijkheden aan die goed aansluiten bij de experimenteerdrang van kleine kinderen en waarvoor ze telkens beloond worden met nieuwe dingen (Mijn Kind Online, 2011).

Uit dit eerste rapport blijkt dat leeftijd een bepalende factor is in het mediagebruik van minderjarigen. Dat is echter niet de enige factor. Ook de sociaal-economische status (SES) van het gezin speelt een erg belangrijke rol in het mediagebruik van minderjarigen. Het tweede deel van het rapport gaat daar dieper op in. Belangrijkste conclusie is daar dat de digitale kloof nog niet gedicht is. Kinderen en jongeren uit gezinnen met lagere SES hebben beperktere toegang tot digitale media (minder toestellen ter beschikking, en vaak van mindere kwaliteit), en bovendien blijkt dat ouders uit lage SES-gezinnen minder vertrouwen hebben in het internet als medium, en vaak ook de vaardigheden missen om er mee om te gaan. Sociaal-economische Status is dus zeker, naast leeftijd, een belangrijk concept dat meegenomen dient te worden in het verdere AdLit-project.

* AdLit is een SBO onderzoeksproject waaraan verschillende onderzoeksgroepen uit Vlaamse universiteiten meewerken. Voor Universiteit Gent zijn onderzoeksgroepen CEPEC, Onderwijskunde en CJS verbonden aan het project. Bij Universiteit Antwerpen zijn onderzoekers uit MIOS en Marketing betrokken. Ten slotte werken ook CEMESO (VUB) en ICRI (KU Leuven) mee aan het AdLit project.