Stievie Free beschikbaar op smartphone

Medialaan heeft Stievie Free nu ook beschikbaar gemaakt als app op de smartphone. Voorlopig enkel op Android en iOS-toestellen; wie een Windows Phone of Tablet heeft, moet zich tevreden stellen met de browserversie. De tabletversie bestond al eerder (ook hier enkel Android en iOS). Opvallend is ook dat van bij de lancering van Stievie Free op 8 december 2015 er een browserversie bestaat; een functie die de oorspronkelijke Stievie nooit gehad heeft.

Stievie Free is momenteel niet beschikbaar op het grote scherm. Wel staat op de site te lezen dat ze er volop aan werken om de dienst ook op het tv-scherm te krijgen. Op welke manier is nog niet gekend, maar meest waarschijnlijke piste is via Google Chromecast en Apple TV (beide staan ‘op de raodmap’ volgens de site). Een andere mogelijkheid is het aanbieden van een app voor smart tv’s, maar dat lijkt minder waarschijnlijk. En aanbieden via de settopbox van digitale televisie lijkt helemaal een moeilijk verhaal, omdat de dienst een rechtstreekse concurrent is voor het televisie-abonnement via providers als Telenet of Proximus. Momenteel zitten enkel de zenders van Medialaan bij Stievie Free, maar als later dit jaar de uitgebreide, betalende versie van Stievie opnieuw uitkomt met daarin ook de VRT-zenders Eén, Canvas en Ketnet, en de SBS-zenders Vier en Vijf, dan is dit voor veel Vlaamse kijkers een volwaardig alternatief voor het abonnement op digitale televisie. In die zin vormt Stievie (Free) een grotere potentiële aanleiding tot het zogenoemde ‘cord cutten’ (het opzeggen van abonnement op (digitale) televisie via de kabel of DSL-lijn) dan Netflix. Netflix wordt immers meer gezien als een aanvulling bovenop de content van de Vlaamse zenders.

Wanneer die ‘comeback’ van de betalende Stievie (inclusief VRT en SBS) er precies aankomt, is nog niet gekend. De onderhandelingen zouden momenteel nog volop aan de gang zijn. De omroepen hopen dat Stievie kan meesurfen op het succes van Stievie Free. De eerste versie van Stievie is nooit helemaal doorgebroken bij het grote publiek. Volgens digiMeter schommelt het aantal gebruikers van Stievie rond de 2%. Rekening houdend met het feit dat zo’n account vaak gedeeld wordt, en er mogelijk verwarring was met Stievie Free en het gratis aanbieden van afleveringen op VTM.be, schatten we het aantal accounts op Stievie op 19.000 à 24.000 (tijdens veldwerk in augustus-september 2015).

Medialaan deelt ook enkele statistieken mee. Zo hebben 700.000 Vlamingen al volledige afleveringen bekeken via VTM.be of Stievie Free. Het is echter niet geheel duidelijk of dit cijfer gebaseerd is op het aantal (actieve) accounts op VTM.be en Stievie Free, of effectief op het aantal gebruikers/kijkers van deze platformen. Anders gesteld: als binnen een koppel één iemand een login heeft aangemaakt, maar ze maken er allebei wel gebruik van, telt die tweede persoon dan mee in de statistieken of niet? Wellicht is die 700.000 het aantal geregistreerde accounts op VTM.be en Stievie Free die minstens één volledige aflevering opgevraagd hebben, en ligt het effectieve aantal gebruikers nog hoger.

Verder worden er per maand gemiddeld 1,9 miljoen afleveringen bekeken op VTM.be, en is 60% van de gebruikers jonger dan 24 jaar. Als antwoord op de bevinding van Econopolis dat het profiel van de tv-kijker steeds ouder wordt, kan dat tellen.

 

Advertenties

The Wall Street Journal opent Snapchat Discover kanaal

Snapchat is niet alleen een kanaal om selfies te posten, maar ook om verhalen te volgen. Via Snapchat Discover (2 swipes naar rechts vanop het beginscherm) kun je posts zien van enkele grote mediaspelers. Momenteel zijn er 19 kanalen op Discover, vooral tv-stations (CNN, National Geographic), nieuwssites (Buzzfeed, Mashable) en magazines (Cosmopolitan, People). Sinds kort is daar (voor gebruikers in de VS althans) ook The Wall Street Journal bijgekomen. Beide partijen zien hierin een winsituatie: WSJ wil hiermee het lezersprofiel verjongen, en Snapchat wil zich een professioneler en volwassener imago aanmeten.

Het feit dat er maar 19 kanalen op Discover zitten, heeft niets te maken met een matige interesse om hier deel van uit te maken. Integendeel zelfs, het wordt beschouwd als één van de hipste plaatsen om als bedrijf je communicatie te verspreiden. Maar Snapchat is zelf kieskeurig in wie het toelaat tot de selecte club. De plaatsen zijn dus duur, en worden fel bevochten. Sommigen zien hierin opvallende gelijkenissen met The Hunger Games.

Het Witte Huis op Snapchat

Om tieners te bereiken, volstaan traditionele media al langer niet meer. Zelfs ‘klassieke’ sociale media zoals Facebook en Twitter lijken een steeds ouder publiek aan te trekken. Het Witte Huis besliste daarom om voortaan Stories te delen op Snapchat. Verwacht geen toestanden zoals bij Gentstudent, maar wel een blik achter de schermen bij de voorbereidingen bij de State of the Union, of extra beeldmateriaal van toespraken.

Dit toont aan dat een mix van sociale media en messaging apps steeds belangrijker wordt om een boodschap ook tot de jongeren verspreid te krijgen.

 

Rapport AdLit: Mediagebruik bij minderjarigen

AdLit*, een onderzoeksproject rond reclamewijsheid, heeft een eerste rapport uitgebracht. Vanuit wetenschappelijke literatuur en rapporten zoals Apestaartjaren, digiMeter, Iene Miene Media (Nederland) en Common Sense Media (VS) wordt een overzicht gemaakt van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Dit rapport vormt een onontbeerlijk startpunt voor AdLit, omdat je eerst moet weten hoe en welke media kinderen en jongeren gebruiken, vooraleer je een inzicht kunt verwerven in hoe minderjarigen omgaan met advertenties op die platformen.

Het eerste deel schetst een globaal beeld van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Zo zien we dat kinderen en vooral jongeren nog wel positief staan tegenover kranten en tijdschriften, maar dat ze steeds vaker de digitale versies ervan consumeren. Toch zegt 1 op de 8 kinderen (tussen 9 en 12 jaar) dat ze dagelijks een papieren krant en/of (kinder)tijdschrift lezen, bij jongeren is dat 1 op 4. Dit geeft al aan dat de leesfrequentie van kranten en tijdschriften toeneemt met de leeftijd van kinderen/jongeren, een belangrijke bevinding om onderzoek rond reclamewijsheid op te zetten.

 

Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren (bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 - rapport in kader van AdLit SBO)
Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren
(bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 – rapport in kader van AdLit SBO)

Consumptie van radio bij kinderen en jongeren blijft stabiel. Net als bij geschreven pers ligt de frequentie waarop kinderen en jongeren luisteren naar de radio lager dan het gebruik van internet of het kijken naar televisie, maar toch zien we dat radio populair blijft bij minderjarigen, zeker in vergelijking met anderen landen. Als we dieper kijken in de resultaten van digiMeter 2014, dan valt op dat het luisteren naar de radio vrij stabiel blijft over alle leeftijdsgroepen heen (met toch een piek tussen 20 en 49 jaar), terwijl er een sterke relatie is tussen leeftijd en het consumeren van online muziek via kanalen als Spotify, YouTube en iTunes (hoe jonger, hoe populairder online muziekkanalen zijn). Bij de jongste groep in de digiMeter-studie (15-19 jaar) zien we zelfs dat de online muziekkanalen populairder zijn dan de traditionele radiostations.

DigiMeter 2014 - Gebruik radio en online muziek per leeftijd (Bron: digiMeter 2014 - www.iMinds.be/digiMeter)
DigiMeter 2014 – Gebruik radio en online muziek per leeftijd
(Bron: digiMeter 2014 – www.iMinds.be/digiMeter)

Televisie blijft enorm populair bij kinderen en jongeren, zeker als je ook internetvideo mee in rekening brengt. Het klassieke televisietoestel en lineaire programmering blijft de ruggengraat voor televisieconsumptie bij jongeren, maar daar bovenop komt een steeds grotere laag van alternatieve vormen van televisieconsumptie. Niet alleen het aantal vormen neemt toe (uitgesteld kijken, video on demand (bijvoorbeeld Netflix), user generated content (bijvoorbeeld YouTube),…), maar ook de toestellen waarop audiovisuele media worden bekeken is sterk uitgebreid (smart TV, laptop, smartphone, tablet, mediastreamers zoals Apple TV en Google Chromecast om internetvideo te streamen op je televisietoestel,…).

Internet neemt een steeds belangrijker plaats in bij kinderen en jongeren. Zelfs bij kinderen van 3-4 jaar blijkt 7 op 10 al online actief te zijn (vaak voor het bekijken van videoclips). Naarmate ze ouder worden komen daar andere activiteiten bovenop zoals het spelen van (educatieve) games, het opzoeken van informatie (bijvoorbeeld bij het maken van huiswerk) en het aangaan van sociale contacten via sociale media en chat/messaging.

Twee toestellen die voor kinderen en jongeren nauw samenhangen met de opmars van digitale media zijn de smartphone en de tablet. Mobiele telefoons kennen een scharnierpunt rond 12 jaar (de start aan de middelbare school blijk voor 41% ook de leeftijd te zijn waarop ze voor het eerst een mobiele telefoon kregen). Messaging apps zoals Facebook Messenger en Snapchat kennen een breed gebruik onder jongeren. Uit digiMeter bleek bijvoorbeeld dat bij jongeren tussen 15 en 19 jaar die een smartphone bezitten, het sturen van berichten via OTT-messaging apps intussen bijna even populair is als het sturen van klassieke SMS’en (met Facebook Messenger en Snapchat als populairste apps).

digiMeter 2014 - Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone
digiMeter 2014 – Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone

 

De tablet is dan weer een toestel dat erg toegankelijk is voor kleine kinderen. Voor volwassenen is het vaak onvoorstelbaar hoe snel kinderen vaardigheden aanleren om een tablet te bedienen. In het AdLit-rapport wordt een studie door ‘Mijn Kind Online’ aangehaald, dat een vergelijking maakt met een prentenboek:

Vanwaar die enorme populariteit van de tablet bij jonge kinderen? Het succes heeft wellicht niet enkel te maken met het feit dat tablets vlotjes in het bereik van kinderhanden liggen in de vele huishoudens. De belangrijkste reden, zoals uiteengezet in een rapport van Mijn Kind Online (2011), is de aansluiting van tablets bij de leefwereld van kinderen. Een tablet zou net als een (prenten)boekje zijn, waar niet zo snel op vastgelopen kan worden als op een pc met een muis: navigeren kan met de vingers op het scherm (‘swipen’), en terugkeren naar het beginscherm kan doorgaans via een grote centrale (fysieke) knop op het toestel. Op die manier wordt ook de aandacht langer vastgehouden. Het gaat echter ook veel verder dan slechts een ‘(prenten)boekje’: de tablet biedt namelijk veel interactieve mogelijkheden aan die goed aansluiten bij de experimenteerdrang van kleine kinderen en waarvoor ze telkens beloond worden met nieuwe dingen (Mijn Kind Online, 2011).

Uit dit eerste rapport blijkt dat leeftijd een bepalende factor is in het mediagebruik van minderjarigen. Dat is echter niet de enige factor. Ook de sociaal-economische status (SES) van het gezin speelt een erg belangrijke rol in het mediagebruik van minderjarigen. Het tweede deel van het rapport gaat daar dieper op in. Belangrijkste conclusie is daar dat de digitale kloof nog niet gedicht is. Kinderen en jongeren uit gezinnen met lagere SES hebben beperktere toegang tot digitale media (minder toestellen ter beschikking, en vaak van mindere kwaliteit), en bovendien blijkt dat ouders uit lage SES-gezinnen minder vertrouwen hebben in het internet als medium, en vaak ook de vaardigheden missen om er mee om te gaan. Sociaal-economische Status is dus zeker, naast leeftijd, een belangrijk concept dat meegenomen dient te worden in het verdere AdLit-project.

* AdLit is een SBO onderzoeksproject waaraan verschillende onderzoeksgroepen uit Vlaamse universiteiten meewerken. Voor Universiteit Gent zijn onderzoeksgroepen CEPEC, Onderwijskunde en CJS verbonden aan het project. Bij Universiteit Antwerpen zijn onderzoekers uit MIOS en Marketing betrokken. Ten slotte werken ook CEMESO (VUB) en ICRI (KU Leuven) mee aan het AdLit project.