De negatieve bijklank van Big Data

Uit een grootschalig onderzoek door het Vodafone Instituut (een denktank van Vodafone in Duitsland), waarbij ruim 8000 telefonische interviews werden afgenomen gespreid over 8 Europese landen, blijkt dat de term ‘Big Data’ bij veel burgers (nog steeds) een negatieve bijklank heeft. Zo zegt 51% meer nadelen dan voordelen te zien aan Big Data. Omgekeerd stelt slechts 32% meer voor- dan nadelen te zien (bij 18-29 jarige ligt dit met 45% wel een pak hoger dan het gemiddelde).

Slechts 22% stelt vertrouwen te hebben in hoe organisaties omgaan met hun persoonlijke data. Wel zien we grote verschillen tussen de verschillende types van organisaties. Gezondheidsinstanties (43%), de eigen werkgever (36%) en banken (33%) kennen een hogere mate van trust. De overheid zit pal op het gemiddelde (22%). Het vertrouwen in zoekmachines zoals Google (16%) en in sociale media diensten (11%) is dan weer erg laag.

12% zegt af en toe de moeite te doen om de gebruikersovereenkomst te lezen alvorens gebruik te maken van een online dienst. Er is echter een grote vraag om die ‘Terms & Conditions’ toegankelijker te maken. 68% van de ondervraagden wil dat de gebruikersovereenkomst korter gehouden wordt en in een eenvoudiger taal geschreven wordt. 64% verlangt meer transparantie in hoe en waarvoor hun data verwerkt wordt. 51% wil zelf keuzes kunnen maken in hun settings (nu zijn gebruikersovereenkomsten vaak te nemen of te laten: als je niet akkoord gaat met alles uit de overeenkomst, dan kan je geen gebruik maken van de dienst). En 40% feedback kunnen geven op wat er met hun data gebeurt.

29% zegt het gevoel te hebben dat ze controle hebben over de persoonlijke informatie die over hen bijgehouden wordt. Om hun persoonlijke data online te beschermen, zegt 44% cookies te blokkeren of te deleten, 41% heeft een online actie geannuleerd op het moment dat er persoonlijke gegevens gevraagd worden, 31% vermijdt om zijn/haar echte naam en gegevens te gebruiken, 31% zegt sociale media te mijden, 24% zegt niet online te shoppen en 15% heeft een speciaal emailaccount waar een extra encryptielaag wordt toegevoegd aan elk bericht.

Opvallend is dat 55% van de respondenten aangaven dat de overheid toegang moet hebben tot persoonlijk data van de inwoners om zo de veiligheid te verhogen (bijvoorbeeld door op die manier terreurdaden te voorkomen of verdachten op te sporen). Een kwart van de respondenten is hier tegen gekant.

Gratis online diensten worden vaak gefinancierd door het verhandelen van persoonsgegevens en gegevens rond het surfgedrag van de gebruikers van de dienst, bijvoorbeeld om op die manier advertenties op maar aan te bieden. Slechts 39% gaat eigenlijk akkoord met dit principe (gratis gebruik in ruil voor persoonlijke data). 55% zegt dan nog liever te betalen voor de dienst dan ervoor te betalen. Uiteraard gaat het hier enkel over intenties. Naar werkelijk gebruik toe zien we gratis versies nog steeds een hoger gebruikersaantal kennen dan de betalende, advertentievrije versies. Dit past in wat de privacy-paradox genoemd wordt: ook al weten mensen dat hun privacy geschonden kan worden door het gebruik van bepaalde diensten, en is er een intentie om dan liever te betalen voor de dienst dan dat persoonlijke gegevens gedeeld worden met andere partijen, toch is het slechts een minderheid die effectief tot actie overgaat.

Toch zijn er ook heel wat opportuniteiten voor Big Data volgens de respondenten. 68% wil data van slimme energiemeters in huis delen als dit kan meehelpen om te kijken hoe de ecologische voetafdruk kan verkleind worden. 55% wil gps-data delen om zo persoonlijke verkeersinfo te krijgen. En 53% wil zelfs gezondheidsinformatie delen met onderzoekers als dit kan helpen om tot betere diagnoses en behandelingen van ziektes te komen.

 

Het veldwerk van deze studie vond plaats in augustus-september 2015. De acht landen die in de studie zijn opgenomen zijn Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Tsjechië, Italië, Frankrijk en Spanje. Het volledige rapport en een samenvatting van de resultaten kunnen hier gedownload worden. Er zijn ook interactieve kaarten beschikbaar die inzoomen op de verschillen tussen de Europese landen.

 

 

CES 2016

Jaarlijks zijn er twee technologiebeurzen die toch net wat meer aandacht trekken dan andere. In maart is er de SxSW, en deze week ging CES van start. Wat staat er op het programma van CES dit jaar? Veel ‘smart’ toepassingen (smart cars, smart homes, zelfs smart shoes en smart voederbakjes voor je huisdier), drones (met opmerkelijk een drone die passagiers kan vervoeren), gezondheidstoepassingen, virtual en augmented reality, en de verdere expansie van 4K televisie en OLED schermtechnologie. Hieronder enkele specifieke zaken verder uitgelicht, wellicht volgende week nog meer. Wie een overzicht wil, kan terecht op de site van CES, maar ook technologiesites zoals TechCrunch, Digital Trends en C|Net brengen uitgebreid verslag uit. Voor wie van lijstjes houdt: ZDnet heeft lijstjes van wat zij als meest opvallende en vreemdste trends op CES zien, Het Nieuwsblad houdt het bij de ‘coolste’ trends van de beurs.

CES 2016: Samsung stelt de Bio-Processor voor

Op CES 2016 nemen wearables een belangrijke plaats in. Samsung speelt hierop in door de Bio-Processor voor te stellen. Dat is een chip (correcter: een “system-on-a-chip”) die verschillende biometrische signalen kan opvangen en verwerken. Deze “all-in-one” chip meet niet alleen de hartslag, maar ook vetpercentage, spiermassa, hartritme, huidtemperatuur en stressniveau. En deze signalen kan de chip autonoom verwerken zonder de hulp van bijvoorbeeld een online analyseprogramma. Ook zou de chip efficiënter omspringen met de benodigde energie, wat een positieve impact heeft op de batterijduur. Volgens Samsung zit de meerwaarde van deze chip er dus in dat wearables met deze chip veel meer info kunnen verwerken uit verschillende signalen tegen een (relatief) lage energiekost. Al zijn anderen nog niet helemaal overtuigd van het nut van deze overvloed aan healthdata.

Innovatie-adoptie in Nederland

Het Nederlands onderzoeksbureau Newcom Research & Consultancy heeft de adoptie- en bekendheidscurve van de Nederlandse consument voor een aantal innovaties in kaart gebracht. Het Newcom TechTrends 2014-rapport kun je gratis opvragen.

In totaal vulde een representatief sample (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en provincie) van 1.707 Nederlanders (18+) de online vragenlijst in. De centrale vraag van het onderzoek is: “Wat is de bekendheid en het gebruik van verschillende technologieën in Nederland?”

Het rapport zoomt in op volgende domeinen:

1. Contactloos betalen
2. Online colleges
3. Ridesharing
4. E-health toepassingen
5. Smartwatches
6. Drones, Virtual Reality en Google Glass

Van de eerste 5 innovaties werd telkens de bekendheid en het gebruik van enkele concrete voorbeelden bevraagd, van de laatste werd enkel de bekendheid gemeten. De resultaten werden afgezet op een adoptiecurve:

Adoptiecurve general

Contactloos betalen is al gekend bij 73% van de Nederlanders, en 19% heeft hier al gebruik van gemaakt. Bij contactloos betalen houdt de consument zijn bankkaart of mobiel toestel dichtbij een ontvanger houden. Meestal is voor bedragen onder de €25 geen pincode of andere vorm van authentificatie nodig. Deze vorm van betalen is bij ons vooral gekend door de buzz die Apple gecreëerd heeft rond Apple Pay bij de lancering van de iPhone 6 en Apple Watch begin september. In Nederland zijn bankkaarten van ING en ABN al uitgerust met een NFC-chip voor contactloos betalen. Een andere methode verloopt via de smartphone. Sommige smartphones ondersteunen al NFC, maar een andere mogelijkheid is het gebruik van apps waarbij je bv een QR-code moet scannen (een voorbeeld hiervan is de Bancontact-app). In Leiden werd in 2013 een grootschalig experiment opgezet om te polsen hoe consumenten en ondernemers zouden denken over contactloos betalen als ze het uittestten. In totaal namen zo’n duizend consumenten deel, en 180 ondernemers en handelaars. Het experiment duurde zo’n 3 maanden, waarbij de consumenten de opdracht kregen om per week minstens 25 contactloze betalingen te doen. Het was een succes. 84% van de consumenten deden per week meer dan de gevraagde 25 contactloze betalingen. Gemiddeld werd er per week in totaal voor zo’n €20.000 aan contactloze betalingen gedaan, gemiddeld aan €10,51 per transactie. Deze techniek wordt dus voornamelijk voor kleinere aankopen gedaan: 92% van de contactloze betalingen waren minder dan €25. Ook de handelaars waren erg tevreden. Contactloze betalingen waren gemiddeld 7 seconden sneller dan traditionele betalingen via cash of met gewone bankkaart. Voor 38% was de ervaring positiever dan vooropgesteld, voor 47% kwam het overeen met de verwachting. Enig minpunt was dat de terminal af en toe een technisch defect vertoonde, wat uiteraard wel vaker voorkomt bij relatief nieuwe technologieën.
In het Newcom TechTrends-rapport werden 3 vormen van contactloos betalen onderzocht: De bankkaarten van ING en ABN (uitgerust met de NFC-chip), en de  apps MyOrder Cashless en de Vodaphone SmartPass (waarmee je zowel mobiele betalingen kunt doen, maar ook betalingen via NFC kunt uitvoeren). Het meest gekend en gebruikt zijn de bankkaarten van ABN en ING (gekend door 63%, gebruikt door 15%). Voordeel blijkt vooral dat het erg gemakkelijk en snel in gebruik is. Maar tegelijk is het voor velen nog onbekend terrein, en zolang je het niet getest hebt, blijft het voor een grote groep een vaag concept. Bovendien is het niet altijd duidelijk waar je contactloze betalingen kunt doen. Iets meer mannen (21%) dan vrouwen (17%) hebben al gebruik gemaakt van deze techniek. Het zijn ook vooral jongeren en mensen met een hoger diploma die hiermee al vertrouwd zijn.

contactloos betalen

 

Een andere trend is het opzetten van online colleges, of Massive Open Online Courses (MOOCs). Dit is een vorm van cursussen aanbieden, waarbij fysieke lessen vervangen of ondersteund worden door online beeldmateriaal en discussieplatformen. Sinds het academiejaar 2014-2015 is de Universiteit Gent en iMinds gestart met een eerste MOOC-cursus aan te bieden. Het gaat om een cursus rond ondernemen, waarbij internationale sprekers filmpjes en lezingen online plaatsen, en waarbij de studenten dan op een online forum in discussie treden met elkaar. In Nederland is men al ruimer vertrouwd met dit concept. Zo heeft de Technische Universiteit van Delft alleen al 15 MOOCs lopen.
Het TechTrends-rapport zoomt in op 3 internationale platformen: Coursera (met onder andere cursussen van Universiteit van Amsterdam, Technologische Universiteit van Eindhoven en Stanford University), edX (met cursussen van onder andere MIT en Harvard (die samen edX hebben opgericht), TU Delft en Université Catholique de Louvain-La-Neuve) en iTunes U (een ietwat ander concept: naast cursussen van onder andere MIT, Harvard, Oxford en Yale, biedt iTunes U de mogelijkheid aan leerkrachten om tablets intensief te gebruiken in de klas: het ondersteunen van de les zelf, het opvolgen van taken, en het maken van toetsen en examens).
Het concept van MOOCs is bij 1 op 5 Nederlanders gekend; dat aantal stijgt naar ongeveer 1 op 4 bij mannen, bij wie jonger is dan 55 jaar, en wie hogeropgeleid is. Het gebruik ligt nog een pak lager: slechts 5% zegt ooit al een online cursus gevolgd te hebben (bij wie jonger is dan 35 stijgt dit naar 11%).  Het meest gekend is iTunes U (18% van de Nederlanders kent dit, tegenover slechts 3% voor Coursera en edX). De platformen blijken vooral een zegen om op een open en toegankelijke manier iets bij te leren over een topic dat je interesseert. Wie die intrinsieke motivatie niet ervaart, vindt al gauw dat de online cursussen een overbodige luxe is, zonder meerwaarde.

Over Ridesharing is er heel wat te doen geweest. Het gekendst voorbeeld bij ons is de taxi-app Uber. Uit vrees voor oneerlijke concurrentie tegenover klassieke taxi-bedrijven,  hebben heel wat landen en steden een verbod op Uber (en dan  vooral de dienst UberPop, waarin niet alleen taxi-chauffeurs met een licentie een rit mogen aanbieden, maar ook particulieren) en soortgelijke diensten ingesteld (al is bijvoorbeeld Duitsland al voorlopig teruggekeerd op dat verbod).
Naast Uber peilde het TechTrends-rapport ook naar de kennis en het gebruik van gelijkaardige apps als het Nederlandse Snappcar en MyWheels.
In Nederland heeft 37% al gehoord van minstens 1 van deze drie ridesharing-apps. Bij hogeropgeleiden is dat 57%, en bij mannen 46%. Slechts 3% zegt al effectief gebruik gemaakt te hebben van een ridesharing-app. Het meest gekend is Uber (29%). Voordelen die vaak terugkeren zijn het gebruiksgemak en de snelheid waarmee je een kunt reserveren of een auto kunt lenen. Mensen die al een auto bezitten, zien vaak het nut niet in van dergelijke apps; de repondenten percipiëren de apps vooral als een middel om een rit te reserveren of een auto te huren, en niet om zelf een rit aan te bieden of een auto uit te lenen.

Een vierde trend zijn de e-health toepassingen. Hier werden drie categorieën bevraagd: medicijnen via internet (bijvoorbeeld thuisapotheek.nl), zorg op afstand (toepassingen die het mogelijk maakt om patiënten te monitoren, zonder dat ze in het ziekenhuis hoeven te verblijven), en op zorg gerichte apps (bijvoorbeeld b-Slim, een app die mensen met overwicht helpt om op een verantwoorde en duurzame manier af te vallen). Vooral online apotheken zijn gekend bij Nederlanders: 71% kent het, en 17% heeft hiervan al gebruik gemaakt. In tegenstelling tot de meeste andere innovaties, is dit meer gekend bij vrouwen en bij wie ouder is dan 56. Zorg op afstand is gekend bij 42% van de Nederlanders (53% bij de 56-plussers), en op zorg gerichte apps bij 48% (57% bij hogeropgeleiden).

Smartwatches mogen zeker niet ontbreken. Meer info over dit segment kun je onder andere in de blogpost over de Apple Watch terug vinden. En die Apple Watch toont meteen al zijn kracht voor de markt van smartwatches: ook al komt die pas uit begin 2015, toch is de Apple Watch met voorsprong de meest gekende smartwatch in Nederland (39% bekendheid voor Apple Watch, tegenover 27% voor de nummer 2, Samsung Gear). De totale bekendheid van smartwatches ligt op 67% (met hogere cijfers bij jongeren en hogeropgeleiden). Het gebruik van smartwatches is nog heel laag: amper 1% heeft een smartwatch. Als de Apple Watch zijn verwachtingen inlost, dan kan dit cijfer volgend jaar al een pak hoger liggen.

Een laatste categorie overkoepelt Virtuele Realiteit (VR), drones en Google Glass. Bij deze technologiën werd enkel gepolst naar de bekendheid ervan. Drones zijn het meest gekend (80%), Google Glass is bij bijna 7 op 10 gekend en VR bij 1 op 4. Bij elk van die innovaties zijn het vooral jongere, hoogopgeleide mannen die hiermee bekend zijn.

Samengevat op de adoptiecurves geeft dit het volgend beeld. De gekendheid van de innovaties is intussen al gegroeid vanuit het segment van de Early Adopters naar Early Majority. Trends als smartwatches, Google Glass, contactloost betalen en medicijnen via internet zijn zelfs al gekend bij de Late Majority. Het gebruik van die technologieën staat nog minder ver. Enkel contactloos betalen, medicijnen via internet en zorgapps op smartphone hebben al de Early Majority bereikt; de overige zitten nog in de Early Adopters-fase.

Adoptiecurves gekendheid en gebruik