Mary Meeker: het stijgende belang van spraaktechnologie

Mary Meeker werkt bij durfkapitaalverstrekker KPCB, waar ze bedrijven adviseert bij investeringen in technologiebedrijven. Daarvoor werkte ze als research analyst en uiteindelijk managing director bij Morgan Stanley. Sinds begin jaren 2000 presenteert ze jaarlijks een slidedeck met trends in de wereld van internet en technologie die volgens haar het volgen waard zijn. In het begin was dit nog een bescheiden set van een 50-tal slides, maar de laatste jaren is dit gegroeid tot een rapport van 200 slides. Elk jaar als het rapport uitkomt, wordt dit gretig gedeeld en becommentarieerd.

Perfect leesvoer voor in de zomervakantie dus. De slidedeck kun je terugvinden op de site van KPCB, net als het archief met alle vorige rapporten. Een selectie van 15 slides kun je hier vinden.

Het volledige rapport van 2016 staat ook onderaan deze blogpost. Deze topics komen aan bod:

  1. Globale internettrends (slide 5-8): Wereldwijd zijn er ruim 3 miljard internetgebruikers (=42% van totale bevolking). Groei valt wel terug van +15% in 2009 naar +9% in 2015. India kent wel een sterke stijging internetgebruikers (+40%), en heeft met 277 miljoen gebruikers de VS voorbijgestoken als de op één na grootste markt van internetgebruikers (na China).
    2016-internet-trends-report-6-638
  2. Groei smartphone valt stil (slide 9-12): Het aantal gebruikers steeg in 2015 met 21%; in 2014 was dat nog 31%. Meer dan de helft van de gebruikers komen intussen uit Asia Pacific (Azië + Oceanië); in 2008 was dat nog maar 1 op 3. Ook de verkoop van smartphones is sterk teruggevallen: in 2015 werden er 10% meer smartphones verkocht dan het jaar voordien; in 2014 bedroeg die groei nog 28%. Android-toestellen kennen nog wel een groei, maar iPhone kent in 2016 voor het eerst een daling in het aantal verkochte toestellen. Dit komt overeen met wat Apple zelf rapporteert in zijn kwartaalcijfers: in de periode januari-maart 2016 werden er 16% minder iPhones verkocht dan in dezelfde periode het jaar voordien.

    2016-internet-trends-report-12-1024
    NOOT: ASP=Average Selling Price; in dit geval de gemiddelde verkoopprijs van een smartphone.
  3. Groei in ontwikkelingslanden neemt af (slide 13-15): Grootste drempels blijft een gebrekkige infrastructuur, gekoppeld aan het ontbreken van een incentive of reden om online te gaan, gebrek aan internetvaardigheden en een te hoge kost ten opzichte van een laag inkomen. Die laatste drempel zien we ook opduiken als drempel om een smartphone aan te schaffen: in Ethiopië bijvoorbeeld bedraagt de gemiddelde kostprijs van een smartphone daar 48% van het gemiddelde jaarloon per inwoner.In Vietnam is dat 15%. Ter vergelijking: in ontwikkelde landen zoals Duitsland of Japan bedraagt de gemiddelde prijs van een smartphone nauwelijks 1% van het gemiddelde jaarinkomen per inwoner.
    2016-internet-trends-report-15-638
  4. Wereldwijde economische groei vertraagt (slide 17-40): De voorbije 20 jaar bedroeg de wereldwijde groei in Bruto Binnenlands Product (BBP) gemiddeld 3,8% per jaar. In 6 van de laatste 8 jaar zat de groei echter onder dat gemiddelde. Ook de prijs van bulkgoederen zoals granen en (edel)metalen zit in een neerwaartse trend, wat ook gelinkt kan zijn met een verlaagde economische groei. Ook de regio’s met het grootste aandeel binnen het wereldwijde BBP zijn de laatste 30 jaar gewijzigd. In 1985 waren China en de andere opkomende Aziatische landen (zonder Japan) goed voor 18% van het wereldwijde BBP; in 2015 is hun aandeel gestegen naar 63%. Omgekeerd is het aandeel van Europa, Noord-Amerika en Japan gedaald van 63% in 1985 naar 29% in 2015. Verder zien we een wereldwijde stijging aan overheidsschulden, zakken rentes naar een dieptepunt, en zien we de wereldbevolking vergrijzen (dalend geboortecijfer en stijgende levensduur). Mary Meeker ziet in al deze uitdagingen een grote rol weggelegd voor innovatie om dit op te vangen.
    2016-internet-trends-report-22-638
  5. Online advertentiemarkt (slide 42-48): Blijft stijgen, vooral dankzij mobiel. Maar: nog veel potentieel voor mobile advertising (nog teveel storende advertenties, cf. gebruik van adblockers, en vooral nood aan originele, authentieke advertenties gebracht op een zo min mogelijk storende manier, bv zonder geluid en zonder volledig scherm in te palmen).
    2016-internet-trends-report-47-638
  6. Marketing en commerce (slide 50-70): Verschilt per generatie. Grote evoluties op vlak van handel, met laatste jaren sterke groei op vlak van online en mobiel shoppen. ‘Fysieke’ winkels krijgen een steeds belangrijker digitale poot. Maar: omgekeerd zien we ook steeds vaker dat pure webshops ook een offline ‘fysieke’ winkel openen (cf. Amazon).
    2016-internet-trends-report-60-638
  7. Belang visuele communicatie (afbeeldingen/video) neemt toe (slide 72-96): Platformen met hoogste engagement zijn platformen die sterk gericht zijn op video en foto (Facebook, Snapchat, Instagram). Steeds meer aandacht voor real-time streaming van video’s gefilmd door gebruikers (Periscope, Facebook Live). Delen van foto’s stijgt vooral op berichtendiensten (Snapchat, WhatsApp, Facebook Messenger), terwijl groei op sociale media (Facebook, Instagram) lijkt te vertragen. Sterk potentieel van gebruik foto’s/video’s voor commerciële doelen (bv: 55% van de Pinterestgebruikers zegt het platform te gebruiken om een product op te zoeken en/of te kopen).
    2016-internet-trends-report-90-638
  8. Opmars berichtendiensten gaat verder (slide 97-110): Sterke stijging in gebruikersaantallen (WhatsApp telt intussen ruim 1 miljard gebruikers). Bieden steeds nieuwere vormen van zelfexpressie (emoticons-stickers-GIF (afbeeldingen met animatie)-filters/lenzen/maskers). Steeds vaker andere diensten geïntegreerd (bv mobiel bankieren, taxi reserveren, eten bestellen, mobiel shoppen,…). Ook steeds vaker gebruikt voor communicatie tussen bedrijven en (vooral jonge) klanten.
    2016-internet-trends-report-107-638
  9. Gesproken commando’s steeds populairder (slide 112-133): Spraakherkenning wordt steeds accurater (grootste platformen scoren boven 90% accuraatheid). Dat vertaalt zich in een steeds wijder verspreid gebruik: 65% van smartphonebezitters in de VS gebruikt een voice-assistant minstens één keer per jaar. Siri, de virtuele assistent op iOS-toestellen, behandelt ruim 1 miljard gesproken commando’s per week. In de VS zijn 1 op 5 van de zoekopdrachten op Android-toestellen intussen gesproken opdrachten. Grootste voordeel is dat de bediening handenvrij en zichtsvrij: je hoeft je handen en je ogen niet te gebruiken om het toestel te bedienen. Dat verklaart waarom de wagen voor 36% van de gebruikers in de VS de voornaamste setting is waar spraakbesturing gebruikt wordt. Amazon Echo, een standalone toestel dat op basis van spraakcommando’s zoekopdrachten kan uitvoeren of andere apps (bv. muziekapps) of toestellen kan besturen, kent ook een steile groei.
    2016-internet-trends-report-125-638
  10. Technologie steeds belangrijker in transport- en autosector (slide 134-159): Rol van smartphone/wearables om functies van een wagen te bedienen nemen toe (Tesla laat bijvoorbeeld toe om de wagen te sluiten of zelfs te parkeren aan de hand van een smartphone of smartwatch). De technologie achter zelfrijdende wagens kent grote vooruitgang.
    2016-internet-trends-report-139-638
  11. Focus op China (slide 160-181): China blijft met 668 miljoen gebruikers de grootste internetmarkt. WeChat blijft veruit het belangrijkste mobiele platform in China: 35% van alle tijd gespendeerd op de smartphone in China is op naam van WeChat. Sinds 2015 genereert internet ook meer advertentie-inkomsten dan televisie. E-commerce en mobiel betalen is in China belangrijker (en omvangrijker) dan in de VS.
    2016-internet-trends-report-167-638
  12. Data: platformen en privacy (slide 193-): De hoeveelheid beschikbare digitale informatie neemt sterk toe, terwijl opslagkosten van data sterk daalt. Ook de bronnen die digitale data genereren neemt toe: sociale media, berichtendiensten, geconnecteerde toestellen (bv. wagens, huishoudapparaten,…), drones, wearables,… Hierdoor neemt ook het vraagstuk over databeveiliging en privacy toe.
    2016-internet-trends-report-196-638

 

Advertenties

AlphaGo: sublieme marketing of het einde van de mensheid?

Nu Alphabet er via het dochterbedrijf DeepMind erin geslaagd is om een programma te ontwikkelen (‘AlphaGo’) dat de wereldkampioen Go kan verslaan met 4-1 (wie uitgebreide analyses en videoverslagen van de wedstrijden wil herbekijken, kan op de site van Go Game Guru terecht), rijst de vraag of dit betekent dat machines het overnemen van de mensheid, of als dit gewoon een sterke marketingstunt is van het moederbedrijf van Google.

De waarheid zit ergens tussenin. Hoe complex de strategieën en speelstijlen van Go ook zijn, het blijft een afgebakend terrein met duidelijke (en op zich eenvoudige) spelregels. Het leven buiten het Go-speelbord is nog onnoemelijk veel complexer en minder te vatten in duidelijke ‘spelregels’. In een reactie aan De Standaard stelt professor Luc Steels, oprichter van het AI Lab aan de VUB, dat artificiële intelligentie nog lang niet het niveau van een tweejarig kind evenaart, dat er veel beter in slaagt de complexe wereld rondom ons te begrijpen.

Toch mogen we de prestatie zeker niet onderschatten. Go mag dan op zich een spel zijn met eenvoudige spelregels en op die manier gemakkelijk aan te leren zijn, toch wordt het beschouwd als één van de meest complexe bordspelen ter wereld. De reden hiervoor is dat er gigantisch veel zetten mogelijk zijn (2,08168199382 × 10170, of voor wie het wat exacter mag zijn: 208168199381979984699478633344862770286522453884530548425639456820927419612738015378525648451698519643907259916015628128546089888314427129715319317557736620397247064840935 mogelijke zetten). Dat is bijvoorbeeld een groter aantal dan het aantal atomen in het observeerbare deel van het heelal. Dat enorme aantal zorgt ervoor dat er veel mogelijke strategieën zijn, en dat spelers hun strategie tijdens het spel moeten kunnen aanpassen aan de situatie. Veel meer dan bij schaken moeten spelers dan ook vertrouwen op hun intuïtie, en het spelverloop aanvoelen. Simpelweg omdat het niet mogelijk is om alle mogelijke (tegen)zetten te overzien en te analyseren, zelfs niet voor computers. Dat is meteen ook het verschil met Deep Blue, de IBM-computer die in 1997 toenmalig schaakkampioen Kasparov versloeg. Deep Blue deed dat puur op rekenkracht: alle mogelijke zetten werden in de computer ingevoerd, en tijdens het spel kon Deep Blue per seconde tot 200 miljoen mogelijke zetten evalueren. Dat is bij schaken voldoende, maar voor Go veel te weinig. AlphaGo gooit het over een andere boeg, en zet in op ‘machine learning‘. AlphaGo analyseerde meer dan 30 miljoen zetten van menselijke Go-spelers. Hiervoor maakt AlphaGo gebruik van neurale netwerken, naar analogie van hoe het menselijke brein werkt. Een stap verder is dan om niet enkel één van die 30 miljoen aangeleerde zetten te repliceren, maar om zelf zetten te ‘bedenken’. Daarvoor werd gebruik gemaakt van ‘reinforcement learning’. Daarbij komt het erop neer dat AlphaGo  spelletjes Go speelt tegen zichzelf, de uitkomst ervan analyseert en zo leert ‘aanvoelen’ welke strategie er wanneer het best werkt. Op die manier kan het foute beslissingen detecteren en vermijden in de toekomst, maar ook inspelen op foute beslissingen van de tegenstander. Iets wat in het eerste spelletje tegen de wereldkampioen Go van pas kwam. Deze vorm van machine learning is een vorm van unsupervised learning, waarbij het systeem een model van de werkelijkheid ontwikkelt (in dit geval een model van hoe Go gespeeld wordt), en nieuwe impulsen (nieuwe zetten op het bord dus) aftoetst met dat model, en het model eventueel aanpast. Bij supervised learning wordt een letterlijke betekenis of relatie aangeleerd. In een interview vergeleek Mark Zuckerberg het met hoe je een prentenboek bekijkt met een kind: ‘dat is een hond, dat is een boom, dat is een vogel’. Na een paar keer te herhalen weet het kind welk patroon een hond is, en welk patroon een vogel.

De overwinning van AlphaGo is dus een gigantische stap voor AI. Toch blijft de uitdaging enorm om over te stappen van intelligentie op afgebakende, artificiële settings (wat een spel als Go nog steeds is), naar intelligentie die recht in de complexe werkelijkheid staat, en erin slaagt te interageren met elk aspect van ons dagelijkse leven.

 

 

 

 

Sci-Hub, de Popcorn Time voor wetenschappelijke artikelen

Net als bij films en series komen ook academische papers vaak achter een betaalmuur terecht. En net als je bij films en series tools hebt als Popcorn Time die die betaalmuur omzeilen, kun je via Sci-Hub gratis full papers downloaden die normaal enkel beschikbaar zijn voor organisaties die de (hoge) jaarlijkse vergoeding aan de uitgeverij betalen.

Vanwaar dit initiatief? Uitgeverijen rekenen soms erg hoge vergoedingen aan om toegang te krijgen tot de artikelen uit de journals. Zo trok Harvard enkele jaren geleden al aan de alarmbel dat het op dat moment jaarlijks $3,5 miljoen betaalde aan abonnementen op journals. Harvard vroeg aan de eigen onderzoekers om zoveel mogelijk te publiceren in open-access tijdschriften. Ook andere universiteiten zoals Cornell hebben noodgedwongen moeten snoeien in de abonnementen op wetenschappelijke journals.

Wat daarbij vaak ook steekt, is dat die hoge kosten op zich niet ten goede komen van de onderzoekers zelf. Uitgeverijen zoals Elsevier en Sage betalen geen vergoeding aan de auteurs van artikels. Onderzoekers staan dus hun copyright af aan de uitgeverij, zonder daarvoor betaald te worden. Vaak bepaalt het journal ook dat het artikel nergens anders (gratis) ter beschikking mag worden gesteld. Zo kom je tot situaties waarin onderzoekers geen toegang hebben tot de paper van hun dichte collega’s als hun onderzoeksinstelling toevallig geen abonnement heeft op dat tijdschrift. Ook het peer-to-peer reviewsysteem, waarbij papers worden beoordeeld door mede-onderzoekers, gebeurt volledig op vrijwillige basis.

Vroeger werden toegangscodes tot betalende journals al geruild tussen onderzoekers uit verschillende onderzoeksinstellingen. Een studente uit Kazachstan, Alexandra Elbakyan, nam dit principe een stuk verder en richtte Sci-Hub op. Via Sci-Hub kun je vrijwel elk artikel gratis downloaden die normaal achter betaalmuren zitten. Sci-Hub werkt via twee systemen. In de eerste plaats zoekt het in de database van piratensite LibGen of het artikel daar niet beschikbaar is. Is dat niet het geval, dan omzeilt Sci-Hub zelf de betaalmuur van de uitgeverij om het artikel daar op te halen (waarna het de paper meteen ook toevoegt aan de LibGen-database). Hiervoor kan Sci-Hub rekenen op accesscodes die sympathiserende onderzoekers ter beschikking stellen.

Je hoeft trouwens niet telkens naar de website van Sci-Hub te surfen om een paper te downloaden. Het volstaat om de URL van Sci-Hub (op dit moment sci-hub.io) te plakken volgens dit stramien: http://journalnaam.com.sci-hub.io/artikelcode. Zo kun je in real time de betaalmuur omzeilen.

Dat uitgeverijen hier niet gelukkig mee zijn, is niet te verwonderen. In oktober 2015 gaf een rechtbank in New York Elsevier gelijk, en moest de website van Sci-Hub (toen nog Sci-Hub.org) gesloten worden. Een uitspraak die doet denken aan rechtzaken tegen Popcorn Time, en met dezelfde uitkomst: Sci-Hub verhuisde gewoon naar een ander domein (.io) waarop rechtbanken in de VS geen jurisdictie hebben.

Alphabet: Eerste kwartaalcijfers, meteen waardevoller dan Apple

Alphabet heeft voor het eerst sinds de oprichting in augustus 2015 kwartaalcijfers uitgebracht. Alphabet is de holding van Google en alle andere diensten die Google de voorbije jaren heeft opgericht of opgekocht zoals Nest, Calico, Fiber en het beruchte innovatielab Google X, vooral gekend van projecten zoals Google Glass, de Google Car en Project Loon (wifi voorzien in afgelegen gebieden door middel van luchtballonnen), maar ook net iets minder evidente zaken zoals een lift naar de ruimte of teleportatie.

 

150810110546-google-alphabet-graphic-custom-1
Bron: http://money.cnn.com/2015/08/10/technology/alphabet-google/

 

Alphabet heeft in het laatste kwartaal van 2015 $21,3 miljard omzet gemaakt, en $4,9 miljard winst. Peanuts in vergelijking met wat Apple heeft binnengehaald in dezelfde periode ($75,9 miljard omzet en $18,4 miljard winst), maar toch heeft Alphabet Apple van de troon gestoten als meest waardevolle bedrijf. De reden hiervoor is vooral omdat Alphabet een sterke omzetgroei kende (+18% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2014), terwijl Apple voor het eerst lijkt te plafonneren. Bovendien heeft Alphabet een hoog groeipotentieel. Heel wat diensten uit de groep ‘Other bets’ (de diensten die niet rechtstreeks aan Google gelinkt zijn, zoals Nest, Fiber en Google X) zijn nu verlieslatend ($-3,6 miljard in 2015), maar hebben wel een sterk potentieel. Neem nu de zelfrijdende wagen. Alphabet kan investeerders heel concrete vorderingen tonen van het Google Car project, waardoor minstens de perceptie ontstaat dat Google veel sneller winst zal maken in dit segment dan Apple, die nog steeds niet willen communiceren hoe ver ze staan met de Apple Car. Ook lijkt het erop dat Apple interesse begint te tonen voor Virtual en Augmented Reality, terwijl Google al een hele tijd investeert in deze technologie. Dit alles zorgt ervoor dat investeerders meer groeimogelijkheden zien bij Alphabet op kortere termijn, terwijl bij Apple de vooruitzichten minder spectaculair ogen. Ook het bericht dat Alphabet grote investeringen plant in Virtual Reality, de clouddiensten en artificiële intelligentie draagt bij tot de positieve buzz die rond deze kwartaalrapportering hangt.

Door het opsplitsen van Alphabet in het Google segment en in de ‘other bets’ vallen een aantal zaken op. De omzet van Alphabet bestaat bijna volledig uit omzet uit het Google segment (waar ook wel Android en YouTube onder vallen). Het afgelopen jaar heeft Alphabet een omzet gehaald van $75 miljard, waarvan $74,5 miljard uit het Google segment, en nog geen half miljard uit de ‘other bets’. Wel dient gezegd dat veel van wat onder de ‘other bets’ valt nog niet op de markt zijn en dus nog in een ‘pre-revenue’ fase zitten.

Alphabet jaaromzet google vs other bets
Eigen grafiek op basis van kwartaalcijfers Alphabet (https://abc.xyz/investor/index.html)

De omzet van het Google segment zelf is dan weer bijna volledig opgebouwd uit advertentie-inkomsten. Het afgelopen kwartaal heeft het Google segment een omzet van $21,2 miljard behaald, waarvan $19,1 miljard uit advertenties en $2,1 miljard uit andere inkomstenbronnen (bijvoorbeeld Google Play, YouTube Red).

Alphabet jaaromzet google segment
Bron: https://abc.xyz/investor/news/earnings/2015/Q4_google_earnings/index.html

 

digiMeter (of was het nu digibesitasmeter?)

Naar jaarlijkse gewoonte brengt iMinds het bezit en gebruik van media en technologie in Vlaanderen in kaart via digiMeter. De smartphone geraakt steeds meer ingeburgerd in Vlaanderen: 69% van de Vlaamse populatie (15 jaar en ouder) heeft intussen een smartphone op zaken zelfs bij 65-plussers stelt 1 op 3 een ‘slimme telefoon’ te hebben. Het bezit van tablets lijkt dan weer te stagneren op net geen zes op tien Vlamingen, terwijl het dagelijks gebruik van die tablet te lijden heeft onder het succes van de smartphone. Nieuwe vormen van media, met op kop de zogenaamde over-the-top spelers lijken op dit moment vooral nog bovenop de traditionele media te komen. Netflix komt dus niet meteen in de plaats van de traditionele zenders, maar vormt gewoon een extra, flexibele laag erbovenop. Hetzelfde zien we bij messaging: het dagelijks sturen van sms’en blijft stand houden, terwijl berichtendiensten zoals Facebook Messenger, WhatsApp en Snapchat steeds populairder worden. Die opeenstapeling van traditionele en nieuwe media, op alsmaar meer schermen (8 op 10 heeft minstens 3 types schermen in huis), leidt bij sommigen tot wat je ‘digibesitas’ kunt noemen. Een term die gretig werd opgepikt in de media (zie onder andere De Standaard, De Tijd, Datanews, het VRT journaal en VTM nieuws). In De Afspraak op Canvas ging het over de impact van ‘digibesitas’ op het psychologisch welbevinden. Het Nieuwsblad ging bij collega Tony van Rooij ten rade wat we daar precies kunnen tegen doen. En intussen heeft ook Sociaal Incapabele Michiel (De Ideale Wereld op Canvas) al toegegeven te lijden aan digibesitas.

IDC: Aantal wereldwijd verscheepte PC’s voor het eerst sinds 2008 onder de 300 miljoen

In 2015 zijn wereldwijd 276 miljoen PC’s verscheept (desktop en laptops samen). Dat is 10,4% minder dan in 2014, toen er nog 308 miljoen computers verscheept werden. Hiermee duikt de verkoop van PC’s voor het eerst sinds 2008 onder de 300 miljoen stuks. Dat alles leert ons de nieuwe cijfers die IDC heeft bekendgemaakt. Verklaringen voor deze daling ziet IDC vooral in de lange levensduur van PC’s (vooral in vergelijking met bijvoorbeeld smartphones), maar ook in economische factoren zoals de sputterende economie in China, en in veranderingen in besturingssystemen bij bijvoorbeeld Microsoft. Dat laatste aspect zou er echter voor kunnen zorgen voor een positief effect in 2016, met vooral een verwachte stijging in adoptie van Windows 10.

PC shipments table 2015