Hoe apps je aan boord proberen houden

We spenderen almaar meer tijd aan (nieuwe) media, wat bij sommigen leidt tot ‘digibesitas’. De smartphone en sociale media zijn daarbij de katalysatoren van dit fenomeen. Dat was een bevinding uit digiMeter 2015. En dat resultaat komt zeker niet uit de lucht gevallen. Steeds meer techbedrijven willen de gebruiker voor langere tijd aan zich binden. Denk aan Facebook, dat steeds meer evolueert van een sociaal netwerk naar een uitgebreid platform waar je ook aan ecommerce kan doen, bankverrichtingen kan uitvoeren, nieuws kunt opvolgen en taxi’s kunt bestellen zonder de app te verlaten. Op die manier wil Facebook er niet alleen voor zorgen dat mensen langere sessies doorbrengen op Facebook, maar ook dat het een gewoonte wordt om de Facebook app te openen telkens je wat tijd hebt. Op die manier komen gebruikers niet alleen meer in aanraking met advertenties, maar vooral komt Facebook zo veel meer te weten over die gebruikers. Data die het zelf kan gebruiken om de app verder te personaliseren, maar ook data die voor adverteerders van grote waarde kan zijn.

NRC Q brengt een artikel over de Habbit Summit, een congres van Stanford University over hoe je gewoontes kunt kweken bij je gebruikers. Sprekers zijn onder andere de Growth manager van Slack, de directeur User Experience van Yammer en van Linked In, en Nir Eyal, auteur van het boek ‘Hooked: How to Build Habit-Forming Products‘. NRC Q focust vooral op de visie van die laatste spreker. Volgens Nir Eyal zijn vier elementen belangrijk om aan je app een ‘haak’ te hangen zodat de gebruiker blijft hangen en blijft terugkomen: de trigger, de actie, de beloning en de commitment. De trigger is de aanleiding om naar de app te gaan. In het artikel staat het voorbeeld van iemand die een reis wil boeken, wat foto’s van de bestemming opzoekt, klikt op een mooie foto en zo op Pinterest terecht komt. Daar ziet ze dat het netwerk vol met foto’s staat die haar aanspreken, en ze begint de app te ontdekken. Het meest krachtige is als uiteindelijk verveling genoeg is als trigger om naar de app te gaan. Als de gebruiker steeds naar Pinterest gaat als ze zich verveeld, dan is dat van goudwaarde voor Pinterest. De actie is dan wat je doet op het nerwerk (bv scrollen door foto’s op Pinterest). En als je maar vaak genoeg foto’s ontdekt die je aantrekkelijk vindt, dan ervaart de gebruiker dat als een beloning. En uiteindelijk leidt dat bevredigende gevoel tot een commitment, een engagement om te blijven gebruik maken van de app.

 

Advertenties

Instagram: binnenkort overstap van chronologische volgorde naar algoritmes

Tot nu toe zijn de foto’s die je op Instagram ziet gerangschikt op chronologische volgorde. Sinds de overname door Facebook in 2012 stond het in de sterren geschreven dat Instagram meer en meer eigenschappen van Facebook zou gaan overnemen. Sinds oktober 2013 werd het mogelijk om in de VS te adverteren op Facebook. Twee jaar later verscheen de eerste advertentie op Instagram in België. Het hoeft niet te verwonderen dat Instagramgebruikers hier (zeker in het begin) fel tegen gekant waren, maar na verloop van tijd duiken er hier en daar zelfs fans op van advertenties op Instagram.

Nu duikt nog een (eerder omstreden) kenmerk van Facebook op: Instagram gaat algoritmes de volgorde laten bepalen van de foto’s die je ziet, in plaats van alles chronologisch weer te geven zoals dat nu het geval is. Dat heeft het medium zelf laten weten in een blogpost. Als je in die blogpost naar beneden scrollt, merk je dat ook nu er heel wat kritiek komt op dit nieuws.

Waarom wil Instagram die algoritmes invoeren? Officieel luidt het in de blogpost dat er zodanig veel content gedeeld wordt op Instagram, dat gebruikers gemiddeld 70% van hun feed missen. Door die algoritmes in te schakelen, wil Instagram ervoor zorgen dat je ten minste de 30% ‘belangrijkste’ updates te zien krijgt, in plaats van gewoon de 30% meest recente. Achterliggend wil Instagram er vooral voor zorgen dat gebruikers langer trouw blijven aan het netwerk, en het frequenter en intenser gaan gebruiken. En Instagram wil dat bekomen door de content die je ziet beter aan te passen aan wat je het liefst wil zien.

Dat algoritme komt er niet van vandaag op morgen. Instagram geeft aan dat het eerst uitgebreide testen wil doen, om dan het algoritme stap voor stap te implementeren. Wellicht zal er trouwens, net zoals bij Facebook, nog steeds de mogelijkheid zijn om dat algoritme uit te schakelen en nog steeds de foto’s te sorteren op recentheid.

In september 2015 gaf Instagram aan dat het wereldwijd 400 miljoen maandelijkse gebruikers telt. In Vlaanderen maakt 17% van de bevolking (van minstens 15 jaar oud) minstens één keer per maand gebruik van Instagram. Instagram is echter vooral populair binnen het jongste segment: 66% van de Vlamingen tussen 15 en 19 jaar oud gebruikt Instagram.

Instagram leeftijd Vlaanderen dM15
Bron: digiMeter 2015

Tot nu toe zijn de foto’s die je op Instagram ziet gerangschikt op chronologische volgorde. Sinds de overname door Facebook in 2012 stond het in de sterren geschreven dat Instagram meer en meer eigenschappen van Facebook zou gaan overnemen. Sinds oktober 2013 werd het mogelijk om in de VS te adverteren op Facebook. Twee jaar later verscheen de eerste advertentie op Instagram in België. Het hoeft niet te verwonderen dat Instagramgebruikers hier (zeker in het begin) fel tegen gekant waren, maar na verloop van tijd duiken er hier en daar zelfs fans op van advertenties op Instagram.

Nu duikt nog een (eerder omstreden) kenmerk van Facebook op: Instagram gaat algoritmes de volgorde laten bepalen van de foto’s die je ziet, in plaats van alles chronologisch weer te geven zoals dat nu het geval is. Dat heeft het medium zelf laten weten in een blogpost. Als je in die blogpost naar beneden scrollt, merk je dat ook nu er heel wat kritiek komt op dit nieuws.

Waarom wil Instagram die algoritmes invoeren? Officieel luidt het in de blogpost dat er zodanig veel content gedeeld wordt op Instagram, dat gebruikers gemiddeld 70% van hun feed missen. Door die algoritmes in te schakelen, wil Instagram ervoor zorgen dat je ten minste de 30% ‘belangrijkste’ updates te zien krijgt, in plaats van gewoon de 30% meest recente. Achterliggend wil Instagram er vooral voor zorgen dat gebruikers langer trouw blijven aan het netwerk, en het frequenter en intenser gaan gebruiken. En Instagram wil dat bekomen door de content die je ziet beter aan te passen aan wat je het liefst wil zien.

Dat algoritme komt er niet van vandaag op morgen. Instagram geeft aan dat het eerst uitgebreide testen wil doen, om dan het algoritme stap voor stap te implementeren. Wellicht zal er trouwens, net zoals bij Facebook, nog steeds de mogelijkheid zijn om dat algoritme uit te schakelen en nog steeds de foto’s te sorteren op recentheid.

In september 2015 gaf Instagram aan dat het wereldwijd 400 miljoen maandelijkse gebruikers telt. In Vlaanderen maakt 17% van de bevolking (van minstens 15 jaar oud) minstens één keer per maand gebruik van Instagram. Instagram is echter vooral populair binnen het jongste segment: 66% van de Vlamingen tussen 15 en 19 jaar oud gebruikt Instagram.

Instagram leeftijd Vlaanderen dM15
Bron: digiMeter 2015

AlphaGo: sublieme marketing of het einde van de mensheid?

Nu Alphabet er via het dochterbedrijf DeepMind erin geslaagd is om een programma te ontwikkelen (‘AlphaGo’) dat de wereldkampioen Go kan verslaan met 4-1 (wie uitgebreide analyses en videoverslagen van de wedstrijden wil herbekijken, kan op de site van Go Game Guru terecht), rijst de vraag of dit betekent dat machines het overnemen van de mensheid, of als dit gewoon een sterke marketingstunt is van het moederbedrijf van Google.

De waarheid zit ergens tussenin. Hoe complex de strategieën en speelstijlen van Go ook zijn, het blijft een afgebakend terrein met duidelijke (en op zich eenvoudige) spelregels. Het leven buiten het Go-speelbord is nog onnoemelijk veel complexer en minder te vatten in duidelijke ‘spelregels’. In een reactie aan De Standaard stelt professor Luc Steels, oprichter van het AI Lab aan de VUB, dat artificiële intelligentie nog lang niet het niveau van een tweejarig kind evenaart, dat er veel beter in slaagt de complexe wereld rondom ons te begrijpen.

Toch mogen we de prestatie zeker niet onderschatten. Go mag dan op zich een spel zijn met eenvoudige spelregels en op die manier gemakkelijk aan te leren zijn, toch wordt het beschouwd als één van de meest complexe bordspelen ter wereld. De reden hiervoor is dat er gigantisch veel zetten mogelijk zijn (2,08168199382 × 10170, of voor wie het wat exacter mag zijn: 208168199381979984699478633344862770286522453884530548425639456820927419612738015378525648451698519643907259916015628128546089888314427129715319317557736620397247064840935 mogelijke zetten). Dat is bijvoorbeeld een groter aantal dan het aantal atomen in het observeerbare deel van het heelal. Dat enorme aantal zorgt ervoor dat er veel mogelijke strategieën zijn, en dat spelers hun strategie tijdens het spel moeten kunnen aanpassen aan de situatie. Veel meer dan bij schaken moeten spelers dan ook vertrouwen op hun intuïtie, en het spelverloop aanvoelen. Simpelweg omdat het niet mogelijk is om alle mogelijke (tegen)zetten te overzien en te analyseren, zelfs niet voor computers. Dat is meteen ook het verschil met Deep Blue, de IBM-computer die in 1997 toenmalig schaakkampioen Kasparov versloeg. Deep Blue deed dat puur op rekenkracht: alle mogelijke zetten werden in de computer ingevoerd, en tijdens het spel kon Deep Blue per seconde tot 200 miljoen mogelijke zetten evalueren. Dat is bij schaken voldoende, maar voor Go veel te weinig. AlphaGo gooit het over een andere boeg, en zet in op ‘machine learning‘. AlphaGo analyseerde meer dan 30 miljoen zetten van menselijke Go-spelers. Hiervoor maakt AlphaGo gebruik van neurale netwerken, naar analogie van hoe het menselijke brein werkt. Een stap verder is dan om niet enkel één van die 30 miljoen aangeleerde zetten te repliceren, maar om zelf zetten te ‘bedenken’. Daarvoor werd gebruik gemaakt van ‘reinforcement learning’. Daarbij komt het erop neer dat AlphaGo  spelletjes Go speelt tegen zichzelf, de uitkomst ervan analyseert en zo leert ‘aanvoelen’ welke strategie er wanneer het best werkt. Op die manier kan het foute beslissingen detecteren en vermijden in de toekomst, maar ook inspelen op foute beslissingen van de tegenstander. Iets wat in het eerste spelletje tegen de wereldkampioen Go van pas kwam. Deze vorm van machine learning is een vorm van unsupervised learning, waarbij het systeem een model van de werkelijkheid ontwikkelt (in dit geval een model van hoe Go gespeeld wordt), en nieuwe impulsen (nieuwe zetten op het bord dus) aftoetst met dat model, en het model eventueel aanpast. Bij supervised learning wordt een letterlijke betekenis of relatie aangeleerd. In een interview vergeleek Mark Zuckerberg het met hoe je een prentenboek bekijkt met een kind: ‘dat is een hond, dat is een boom, dat is een vogel’. Na een paar keer te herhalen weet het kind welk patroon een hond is, en welk patroon een vogel.

De overwinning van AlphaGo is dus een gigantische stap voor AI. Toch blijft de uitdaging enorm om over te stappen van intelligentie op afgebakende, artificiële settings (wat een spel als Go nog steeds is), naar intelligentie die recht in de complexe werkelijkheid staat, en erin slaagt te interageren met elk aspect van ons dagelijkse leven.

 

 

 

 

Interview Mark Zuckerberg over toekomst en uitdagingen voor Facebook

Facebook-oprichter Mark Zuckerberg is de eerste laureaat van de ‘Axel Springer Award‘. Axel Springer is de Duitse uitgeverij van onder ander Die Welt, Bild en Business Insider. En die uitgeverij brengt nu een award uit voor ‘ondernemers met een exceptioneel talent voor innovatie, die markten creëren en hervormen, die vorm geven aan cultuur, en bovendien hun verantwoordelijkheid nemen op maatschappelijk vlak’. Mark Zuckerberg is dus de allereerste winnaar van deze award, die vanaf nu jaarlijks zal worden uitgereikt.

Naast een plechtige ceremonie past daar ook een interview bij. De CEO van Axel Springer, Mathias Döpfner, was voor de gelegenheid de interviewer van dienst. Het oorspronkelijke interview verscheen (in het Duits) in Die Welt am Sonntag; Business Insider plaatste een Engelstalige vertaling online.

Het interview handelt vooral over de toekomst en uitdagingen voor Facebook. Echt kritisch kun je het artikel niet noemen (behalve dan dat er een paar keer doorgevraagd werd of Facebook gekozen heeft voor Dublin als hoofdkwartier voor Europa omwille van belastingsvoordelen), toch blijft het interessant om te lezen waar Facebook in de (nabije) toekomst wil op gaan inzetten.

Het grootste deel van het interview gaat over Virtual Reality (VR). Facebook heeft zelf Oculus Rift opgekocht, maar werkt ook mee met Samsung om software te ontwikkelen voor de Samsung Gear VR. Op het eerste gezicht wat vreemd, omdat de Samsung Gear als een concurrent voor de Oculus Rift gezien kan worden, maar volgens Mark Zuckerberg opereren beide op een totaal ander segment van de markt. Samsung Gear VR is een pak goedkoper, en zal wellicht een ruimere adoptie kennen dan Oculus Rift. Die laatste heeft echter meer mogelijkheden.

They are different price points and quality.

[…]the Rift is even more expensive than 600 [while Samsung Gear VR only costs about $100] because it requires a very powerful PC to run. So that PC, unless you already have a powerful PC, costs another 1000 dollars.

[…]Because VR is a very intense visual experience and having the most powerful PC is the only way to deliver certain experiences. So for example, we have experiences running in Rift where you are not only looking around, but you have hands where you can manipulate objects in real time.You are playing Ping Pong or interacting with someone and the technology needs to be fast enough so that when you do something, it triggers and sends that action all the way across the Internet to someone else. That just requires a lot more processing power to do well.

Al denkt Mark Zuckerberg wel dat de impact van VR vooral op langere termijn ligt.

We are betting that Virtual Reality is going to be an important technology. I am pretty confident about this. And now is the time to invest. We just announced this week that there have already been one million hours of video consumed in Gear VR and we just started shipping that with Samsung.  So this is really encouraging.

I honestly don’t know is how long it will take to build this ecosystem. It could be 5 years, it could be 10 years, it could be 15 or 20.  My guess is that it will be at least 10.  It took 10 years to go from building the initial Smartphone to reaching the mass market. BlackBerry came out in 2003 and it didn’t get to about a billion units until 2013.  So I can’t imagine it would be much faster for VR.

Hij weerlegt ook dat VR ervoor zou zorgen dat mensen zich nog meer afzonderen van elkaar, en dus de sociale cohesie zou ondermijnen.

I think people tend to be worried about every new technology that comes along. Critics worry that if we spend time paying attention to that new kind of media or technology instead of talking to each other that that is somehow isolating. But humans are fundamentally social. So I think in reality, if a technology doesn’t actually help us socially understand each other better, it isn’t going to catch on and succeed.

You could probably go all the way back to the first books.  I bet people said ‘why should you read when you could talk to other people?’ The point of reading is that you get to deeply immerse yourself in a person’s perspective. Right? Same thing with newspapers or phones or TVs. Soon it will be VR, I bet.

Een ander topic waarover Zuckerberg uitgebreid zijn visie weergeeft is Artificiële Intelligentie (AI).

The second area is AI. We expect a lot of progress that will lead to really great things in society: reduction in car accidents from self-driving cars, better diagnoses for diseases. Better ability to precisely treat diseases will lead to greater safety and health and many other things.

Mathias Döpfner haalt een interview aan met Elon Tusk,  de CEO van Tesla, waarin die vreest dat AI op een dag sterker wordt dan het menselijke brein, dat de machine het dan overneemt van de mens. Zuckerberg gaat daar helemaal niet mee akkoord, en stelt dat, naarmate de kracht van AI toeneemt, ook de veiligheidsmaatregelen mee zulle evolueren.

I think it is more hysterical.

[…] I think that the default is that all the machines that we build serve humans so unless we really mess something up I think it should stay that way.

[…] Just because you can build a machine that is better than a person at something doesn’t mean that it is going to have the ability to learn new domains or connect different types of information or context to do superhuman things. This is critically important to appreciate.

[…] I think that along the way, we will also figure out how to make it safe. The dialogue today kind of reminds me of someone in the 1800s sitting around and saying: one day we might have planes and they may crash. Nonetheless, people developed planes first and then took care of flight safety. If people were focused on safety first, no one would ever have built a plane.This fearful thinking might be standing in the way of real progress.  Because if you recognize that self-driving cars are going to prevent car accidents, AI will be responsible for reducing one of the leading causes of death in the world.  Similarly, AI systems will enable doctors to diagnose diseases and treat people better, so blocking that progress is probably one of the worst things you can do for making the world better.

Zuckerberg gaat ook kort in op de content die gedeeld wordt op Facebook, en hoe dun de grens soms is tussen vrije meningsuiting enerzijds en ‘hatespeech’, racisme en bedreigingen anderzijds.

While we generally believe in free speech and giving everyone as much ability to speak as possible, in practice there are lots of barriers to that, whether it’s legal restrictions, technological restrictions or you can’t share what you want if you don’t have access to the internet. And there are social restrictions where someone could be suppressing someone else’s freedom to express themselves.

[…]Of course, hate speech and racism have no place on Facebook. We have clear Community Standards and teams to enforce them. In addition, we work closely with governments and local organizations to be certain we are applying the Standards appropriately for local conditions and to identify and remove hateful or threatening content.

For example, in light of the threatening speech directed towards migrants in Germany, we now remove that content from our service.

Ook Mathias Döpfner gaat hiermee akkoord, en stelt dat we van een technologiereus niet mogen verwachten dat ze zelf beslissen wat we wel of niet mogen delen.

And also not to decide what more than a billion users read or not. This would be editorial work, the task of a publisher. I think it would be a much greater threat if a global company with more than a billion users per day used subjective criteria to determine who may read and write what. This is why the debate is misleading. For a technological communications platform, the sole restrictive framework should be the framework of the laws.

Zoals in het begin al aangehaald, gaat het gesprek ook over het feit dat Facebook in Europa nauwelijks belastingen betaalt. Zuckerberg wil begrijpelijkerwijs niet toegeven dat de fiscale voordelen geen doorslag hebben gegeven om van het kantoor in Dublin het Europese hoofdkwartier voor Facebook te maken.

There are a number of reasons why Dublin is a pretty good place. One is that we are still primarily an English-speaking company so having the headquarters in a place where the majority of people speak English is good. We’ve made significant investments in Ireland with over 1000 employees, a new headquarters and now building a state of the art, sustainable data centre.

Als Döpfner hierover doorvraagt, blijft Zuckerberg ontwijkend antwoorden dat het gewoon ‘de regels volgt die er zijn’, en ze op andere manieren investeren in Europa.

In my experience everyone will have a different view of the right level of tax so governments need to provide clear guidance that conforms to a set of international standards that all governments accept. Like any responsible company with international operations, European or American, we abide by those rules and comply with tax laws in the countries where we operate.

But I think it’s also important to look at the contribution and investments we make in Europe. Just this month in Germany we opened a new office, we announced a partnership on Artificial Intelligence with TU Berlin, and we invested in a German based community operations centre.

Gevraagd naar de problematiek rond privacy en data security, stelt Zuckerberg dat dit een issue is die vooral in Europa sterk leeft. De voorbije jaren heeft Facebook al verschillende juridische klachten gekregen vanuit onder andere Duitsland en België rond deze aspecten. Zuckerberg ziet hierin een link met de Europese geschiedenis, en de onthullingen van Snowden en wat de NSA heeft gedaan met de data van burgers en politieke leiders.

Zuckerberg: “I think this is really tricky. Some of it I think is a deep cultural thing where the history in Europe I think has made people very sensitive to a lot of these issues.”

Döpfner: “Because of the Holocaust and how Nazis, and also the GDR dealt with people’s data.”

Zuckerberg: “Absolutely.” […] And it’s recent. It’s not hundreds of years old. So that is something that I think culturally is just much more sensitive. And we can acknowledge and try to understand that sensitivity, but without being here, I think it is difficult to fully internalize that viewpoint.

I think it is also about very contemporary conflicts between governments. With some of the issues around the Snowden leaks and what the NSA was doing I think have scared people around the world and I think in many ways rightfully so. I think that there are real questions there. So it’s a tough environment to navigate.  A company like Facebook is at the intersection of a lot of these questions and we just try to do the best to act responsibly.

Stievie Free beschikbaar op smartphone

Medialaan heeft Stievie Free nu ook beschikbaar gemaakt als app op de smartphone. Voorlopig enkel op Android en iOS-toestellen; wie een Windows Phone of Tablet heeft, moet zich tevreden stellen met de browserversie. De tabletversie bestond al eerder (ook hier enkel Android en iOS). Opvallend is ook dat van bij de lancering van Stievie Free op 8 december 2015 er een browserversie bestaat; een functie die de oorspronkelijke Stievie nooit gehad heeft.

Stievie Free is momenteel niet beschikbaar op het grote scherm. Wel staat op de site te lezen dat ze er volop aan werken om de dienst ook op het tv-scherm te krijgen. Op welke manier is nog niet gekend, maar meest waarschijnlijke piste is via Google Chromecast en Apple TV (beide staan ‘op de raodmap’ volgens de site). Een andere mogelijkheid is het aanbieden van een app voor smart tv’s, maar dat lijkt minder waarschijnlijk. En aanbieden via de settopbox van digitale televisie lijkt helemaal een moeilijk verhaal, omdat de dienst een rechtstreekse concurrent is voor het televisie-abonnement via providers als Telenet of Proximus. Momenteel zitten enkel de zenders van Medialaan bij Stievie Free, maar als later dit jaar de uitgebreide, betalende versie van Stievie opnieuw uitkomt met daarin ook de VRT-zenders Eén, Canvas en Ketnet, en de SBS-zenders Vier en Vijf, dan is dit voor veel Vlaamse kijkers een volwaardig alternatief voor het abonnement op digitale televisie. In die zin vormt Stievie (Free) een grotere potentiële aanleiding tot het zogenoemde ‘cord cutten’ (het opzeggen van abonnement op (digitale) televisie via de kabel of DSL-lijn) dan Netflix. Netflix wordt immers meer gezien als een aanvulling bovenop de content van de Vlaamse zenders.

Wanneer die ‘comeback’ van de betalende Stievie (inclusief VRT en SBS) er precies aankomt, is nog niet gekend. De onderhandelingen zouden momenteel nog volop aan de gang zijn. De omroepen hopen dat Stievie kan meesurfen op het succes van Stievie Free. De eerste versie van Stievie is nooit helemaal doorgebroken bij het grote publiek. Volgens digiMeter schommelt het aantal gebruikers van Stievie rond de 2%. Rekening houdend met het feit dat zo’n account vaak gedeeld wordt, en er mogelijk verwarring was met Stievie Free en het gratis aanbieden van afleveringen op VTM.be, schatten we het aantal accounts op Stievie op 19.000 à 24.000 (tijdens veldwerk in augustus-september 2015).

Medialaan deelt ook enkele statistieken mee. Zo hebben 700.000 Vlamingen al volledige afleveringen bekeken via VTM.be of Stievie Free. Het is echter niet geheel duidelijk of dit cijfer gebaseerd is op het aantal (actieve) accounts op VTM.be en Stievie Free, of effectief op het aantal gebruikers/kijkers van deze platformen. Anders gesteld: als binnen een koppel één iemand een login heeft aangemaakt, maar ze maken er allebei wel gebruik van, telt die tweede persoon dan mee in de statistieken of niet? Wellicht is die 700.000 het aantal geregistreerde accounts op VTM.be en Stievie Free die minstens één volledige aflevering opgevraagd hebben, en ligt het effectieve aantal gebruikers nog hoger.

Verder worden er per maand gemiddeld 1,9 miljoen afleveringen bekeken op VTM.be, en is 60% van de gebruikers jonger dan 24 jaar. Als antwoord op de bevinding van Econopolis dat het profiel van de tv-kijker steeds ouder wordt, kan dat tellen.

 

Tablet stagneert ook in Nederland

Eén van de opvallende trends uit digiMeter was dat na jaren van sterke groei, de adoptie van tablets lijkt te stagneren in Vlaanderen. In 2015 beschikt 58,3% van de Vlamingen (15 jaar en ouder) over een tablet thuis. Het jaar voordien was dat 55,8%; een stijging van amper 2,5 procentpunt dus, in vergelijking met de stijgingen van 13 tot 15 procentpunten in de jaren daarvoor.

Tablet digimeter stagnating
Evolutie aantal Vlamingen (15+) dat over een tablet beschikt binnen het huishouden (bron: digiMeter 2015)

Volgens Telecompaper is nu ook in Nederland een einde gekomen aan de sterke opmars van tablets. De laatste drie kwartalen van 2015 bleef de adoptie van tablets stabiel op 67%. Begin 2013 was dat nog 33%.

Tablet Nederland 2015 Q4
Bron: Telecompaper (http://www.telecompaper.com/nieuws/nederlandse-tabletmarkt-stabiel-op-67-van-huishoudens–1130777)

Verder stelt Telecompaper nog dat de tablet in Nederland vooral gebruikt wordt om te surfen op het internet, om te gamen en om sociale media te gebruiken. In Vlaanderen bestaat de top drie uit het lezen van emails, surfen op het internet en sociale media. Gamen op de tablet is wat teruggezakt in Vlaanderen. De smartphone verdringt steeds meer de tablet als platform om mobiele games te spelen.