Netflix ziet aantal gebruikers sterk stijgen

Netflix heeft de resultaten voor het vierde kwartaal van 2015 bekendgemaakt. Eind 2015 telde Netflix 74,8 miljoen abonnees wereldwijd. Volgens Netflix werd enkele uren na afsluiten van het kwartaal al de kaap van 75 miljoen leden gerond.

Kijken we naar het aantal betalende abonnees (die dus niet in de gratis proefmaand zitten), zien we dat Netflix 70,8 miljoen betalende leden telt wereldwijd. Daarvan zijn er 43,4 miljoen leden uit de VS, en 27,4 miljoen betalende leden uit de andere landen. Voor de duidelijkheid: dat is nog voor het opengooien van Netflix naar nagenoeg alle landen ter wereld begin januari. In de VS zijn er daarnaast nog steeds zo’n 4,8 miljoen abonnees op de DVD verhuurdienst van Netflix (al is dat aantal sterk aan het dalen de voorbije jaren).

Netflix paid customers 2015Q4
Eigen grafiek, gebaseerd op kwartaalcijfers Netflix (http://ir.netflix.com/results.cfm)

Daarmee zet Netflix zijn opmars verder, en blijft de streamingdienst kwartaal na kwartaal steeds sterker stijgen. In vergelijking met een jaar terug zijn er eind 2015 16,4 miljoen betalende leden bijgekomen. Net als de voorgaande 4 kwartalen zit de groei voornamelijk in de internationale markten (buiten de VS dus). Daar zijn er op een jaar tijd 70,7 miljoen betalende leden bijgekomen, terwijl dat in de VS ‘slechts’ 5,8 miljoen bedraagt.

Netflix paid customers Evolution Y-1
Eigen grafiek, gebaseerd op kwartaalcijfers Netflix (http://ir.netflix.com/results.cfm)

Daarmee zien we ook het aandeel van de internationale markten toenemen voor Netflix. Bijna 4 op 10 Netflixgebruikers woont buiten de VS. Eind 2013 was dat slechts 24%. Met het opengooien van Netflix naar nagenoeg elk land ter wereld zal dit aandeel de komende kwartalen nog sterk toenemen.

Netflix paid customers Ratio USA vs International
Eigen grafiek, gebaseerd op kwartaalcijfers Netflix (http://ir.netflix.com/resluts.cfm)

Deze expansie gaat gepaard met een sterke kost. Niet alleen de kost van de introductie op de verschillende markten (marketing, onderhoud, rechten aankopen, eventueel vertalingen (ondertitels of dubben) drukken sterk op de winst. Ook het feit dat Netflix gebruikers vooral lokt met eigen content (waar ook een hoog prijskaartje aan vasthangt) brengt hoge kosten met zich mee. Vandaar dat de netto-inkomsten met $43 miljoen beperkt te noemen is. Netflix is enkel winstgevend in landen waar het al enkele jaren (succesvol) actief is, zoals VS, Scandinavië en Nederland. Kijken we naar de “contribution profit“, dan zien we dat Netflix nog steeds verlies draait op de internationale markt (maar winst maakt in de VS, en opvallend genoeg ook nog steeds winst maakt met de DVD-verhuurdienst). Al maakt Reed Hastings zich sterk dat Netflix ook op de internationale markt winstgevend zal zijn.

Advertenties

De negatieve bijklank van Big Data

Uit een grootschalig onderzoek door het Vodafone Instituut (een denktank van Vodafone in Duitsland), waarbij ruim 8000 telefonische interviews werden afgenomen gespreid over 8 Europese landen, blijkt dat de term ‘Big Data’ bij veel burgers (nog steeds) een negatieve bijklank heeft. Zo zegt 51% meer nadelen dan voordelen te zien aan Big Data. Omgekeerd stelt slechts 32% meer voor- dan nadelen te zien (bij 18-29 jarige ligt dit met 45% wel een pak hoger dan het gemiddelde).

Slechts 22% stelt vertrouwen te hebben in hoe organisaties omgaan met hun persoonlijke data. Wel zien we grote verschillen tussen de verschillende types van organisaties. Gezondheidsinstanties (43%), de eigen werkgever (36%) en banken (33%) kennen een hogere mate van trust. De overheid zit pal op het gemiddelde (22%). Het vertrouwen in zoekmachines zoals Google (16%) en in sociale media diensten (11%) is dan weer erg laag.

12% zegt af en toe de moeite te doen om de gebruikersovereenkomst te lezen alvorens gebruik te maken van een online dienst. Er is echter een grote vraag om die ‘Terms & Conditions’ toegankelijker te maken. 68% van de ondervraagden wil dat de gebruikersovereenkomst korter gehouden wordt en in een eenvoudiger taal geschreven wordt. 64% verlangt meer transparantie in hoe en waarvoor hun data verwerkt wordt. 51% wil zelf keuzes kunnen maken in hun settings (nu zijn gebruikersovereenkomsten vaak te nemen of te laten: als je niet akkoord gaat met alles uit de overeenkomst, dan kan je geen gebruik maken van de dienst). En 40% feedback kunnen geven op wat er met hun data gebeurt.

29% zegt het gevoel te hebben dat ze controle hebben over de persoonlijke informatie die over hen bijgehouden wordt. Om hun persoonlijke data online te beschermen, zegt 44% cookies te blokkeren of te deleten, 41% heeft een online actie geannuleerd op het moment dat er persoonlijke gegevens gevraagd worden, 31% vermijdt om zijn/haar echte naam en gegevens te gebruiken, 31% zegt sociale media te mijden, 24% zegt niet online te shoppen en 15% heeft een speciaal emailaccount waar een extra encryptielaag wordt toegevoegd aan elk bericht.

Opvallend is dat 55% van de respondenten aangaven dat de overheid toegang moet hebben tot persoonlijk data van de inwoners om zo de veiligheid te verhogen (bijvoorbeeld door op die manier terreurdaden te voorkomen of verdachten op te sporen). Een kwart van de respondenten is hier tegen gekant.

Gratis online diensten worden vaak gefinancierd door het verhandelen van persoonsgegevens en gegevens rond het surfgedrag van de gebruikers van de dienst, bijvoorbeeld om op die manier advertenties op maar aan te bieden. Slechts 39% gaat eigenlijk akkoord met dit principe (gratis gebruik in ruil voor persoonlijke data). 55% zegt dan nog liever te betalen voor de dienst dan ervoor te betalen. Uiteraard gaat het hier enkel over intenties. Naar werkelijk gebruik toe zien we gratis versies nog steeds een hoger gebruikersaantal kennen dan de betalende, advertentievrije versies. Dit past in wat de privacy-paradox genoemd wordt: ook al weten mensen dat hun privacy geschonden kan worden door het gebruik van bepaalde diensten, en is er een intentie om dan liever te betalen voor de dienst dan dat persoonlijke gegevens gedeeld worden met andere partijen, toch is het slechts een minderheid die effectief tot actie overgaat.

Toch zijn er ook heel wat opportuniteiten voor Big Data volgens de respondenten. 68% wil data van slimme energiemeters in huis delen als dit kan meehelpen om te kijken hoe de ecologische voetafdruk kan verkleind worden. 55% wil gps-data delen om zo persoonlijke verkeersinfo te krijgen. En 53% wil zelfs gezondheidsinformatie delen met onderzoekers als dit kan helpen om tot betere diagnoses en behandelingen van ziektes te komen.

 

Het veldwerk van deze studie vond plaats in augustus-september 2015. De acht landen die in de studie zijn opgenomen zijn Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Tsjechië, Italië, Frankrijk en Spanje. Het volledige rapport en een samenvatting van de resultaten kunnen hier gedownload worden. Er zijn ook interactieve kaarten beschikbaar die inzoomen op de verschillen tussen de Europese landen.

 

 

Apple stopt met iTunes Radio

Een bericht dat er zat aan te komen: nu Apple Music steeds meer gebruikers kent (10 miljoen betalende gebruikers volgens Financial Times), stopt Apple met iTunes Radio. Dat bleek uit een email die Apple verstuurde naar de gebruikers van deze dienst. Via iTunes Radio kon je gratis luisteren naar muziekkanalen, doorspekt met advertenties (vergelijkbaar model als de gratis versie van Spotify dus). Apple wil echter zoveel mogelijk gebruikers trekken naar het (betalende) platform van Apple Music, en trekt dus de stekker uit overlappende diensten zoals iTunes Radio. iTunes zelf blijft wel nog bestaan, al is de verwachting dat het gebruik van iTunes zal lijden onder het succes van Apple Music.

Dat Apple Music zo sterk groeit, mag niet te verwonderen zijn. De app staat voorgeïnstalleerd op elke nieuwe iPhone, wat het uittesten van de dienst erg gemakkelijk en zichtbaar maakt (elke gebruiker kan Apple Music immers gedurende drie maanden gratis uitproberen).

Groeten uit lobster.outwit.movement

Adressen lijken een evident gegeven te zijn, maar in een geglobaliseerde wereld duiken toch problemen op. Zo heeft niet iedereen een adres (vooral in ontwikkelingslanden een probleem), en zijn de manieren om een adres samen te stellen verschillend van land tot land. Zelfs tussen Nederland en België is er al een (weliswaar klein) verschil: in Nederland worden standaard 2 letters aan de postcode toegevoegd om de wijk binnen de gemeente aan te duiden. In landen als Japan is het adresformaat hopeloos gecompliceerd. ‘what3words’ wil hier een oplossing voor bieden. Door de hele wereld op te delen in vierkanten van 3m op 3m, en elk vierkant een unieke combinatie van 3 woorden mee te geven, kan de hele wereld voorzien worden van een adres. Zo is de Korte Meer 7 in Gent ‘lobster.outwit.movement’, en van Begijnhoflaan 464 in Gent ‘swelling.fighters.horns’. Het voordeel ten opzichte van werken met coördinaten is dat een combinatie van 3 woorden gemakkelijker te onthouden is dan een combinatie van 16 cijfers waaruit een coördinaat bestaat. En doordat de hele wereld opgedeeld is in vierkanten van 3mx3m, kun je nu ook verwijzen naar een locatie waar geen (apart) adres voor bestaat, zoals een parkeerplaats, een specifieke uitgang van een stadion, of een plaats op het strand. Bovendien is dit systeem erg compact, zodat alle locaties samen gebundeld kunnen worden op minder dan 10MB. Dat maakt het handig voor offline gebruik. En de API laat bedrijven (bijvoorbeeld koerierdiensten) toe om dit te integreren in hun systeem of website.

what3words map

 

digiMeter (of was het nu digibesitasmeter?)

Naar jaarlijkse gewoonte brengt iMinds het bezit en gebruik van media en technologie in Vlaanderen in kaart via digiMeter. De smartphone geraakt steeds meer ingeburgerd in Vlaanderen: 69% van de Vlaamse populatie (15 jaar en ouder) heeft intussen een smartphone op zaken zelfs bij 65-plussers stelt 1 op 3 een ‘slimme telefoon’ te hebben. Het bezit van tablets lijkt dan weer te stagneren op net geen zes op tien Vlamingen, terwijl het dagelijks gebruik van die tablet te lijden heeft onder het succes van de smartphone. Nieuwe vormen van media, met op kop de zogenaamde over-the-top spelers lijken op dit moment vooral nog bovenop de traditionele media te komen. Netflix komt dus niet meteen in de plaats van de traditionele zenders, maar vormt gewoon een extra, flexibele laag erbovenop. Hetzelfde zien we bij messaging: het dagelijks sturen van sms’en blijft stand houden, terwijl berichtendiensten zoals Facebook Messenger, WhatsApp en Snapchat steeds populairder worden. Die opeenstapeling van traditionele en nieuwe media, op alsmaar meer schermen (8 op 10 heeft minstens 3 types schermen in huis), leidt bij sommigen tot wat je ‘digibesitas’ kunt noemen. Een term die gretig werd opgepikt in de media (zie onder andere De Standaard, De Tijd, Datanews, het VRT journaal en VTM nieuws). In De Afspraak op Canvas ging het over de impact van ‘digibesitas’ op het psychologisch welbevinden. Het Nieuwsblad ging bij collega Tony van Rooij ten rade wat we daar precies kunnen tegen doen. En intussen heeft ook Sociaal Incapabele Michiel (De Ideale Wereld op Canvas) al toegegeven te lijden aan digibesitas.

Wie wordt de nieuwe baas van de VRT?

Leo Hellemans, de huidige CEO van de VRT, gaat eind februari op pensioen. Wie hem zal opvolgen, is nog niet gekend. Wat wel vast staat, is dat het niet meteen de aantrekkelijkste vacature is op dit moment. De beheersovereenkomst is getekend, waardoor de nieuwe CEO weinig bewegingsruimte krijgt om zelf een stempel te drukken. Het klimaat waarin de VRT zich bevindt, is nogal woelig. Vooral vanuit de Vlaamse regering wordt niet nagelaten om kritiek te uiten op de VRT (zelfs over de redactionele inhoud van actualiteitsprogramma’s zoals De Afspraak). Maar ook binnen de VRT zijn er verschillende kampen die bijwijlen lijnrecht tegenover elkaar staan. De toekomstige CEO komt dus in een ondankbare situatie terecht. Bovendien moet hij/zij deze uitdagingen aangaan tegen een relatief laag loon (wellicht 5.000 euro per maand). Kortom, de belangrijkste vraag van februari wordt niet “Wie is de mol“, maar “wie is de nieuwe baas van de VRT”. Al kun kan de cynicus zich afvragen of er geen overlap is tussen beide vragen, gezien het huidige (politieke) klimaat rond de VRT.

Aan welk profiel moet de nieuwe baas van de VRT voldoen? Volgens Vlaams minister-president Bourgeois moet hij/zij vooral een goede ‘people manager’ zijn. Ervaring of expertise in de mediasector lijkt geen must te zijn. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT, Luc Van den Brande, wil geen politieke inmenging bij de VRT; de nieuwe CEO moet dus los van enige druk vanuit de regering zijn taak kunnen uitvoeren (binnen de lijnen van de beheersovereenkomst weliswaar). Ook Bourgeois wil benadrukken dat het geen politieke benoeming is (de nieuwe CEO hoeft dus geen N-VA profiel te hebben). Of, zoals de N-VA al eens eerder stelde bij het zoeken naar bestuursleden voor overheidsbedrijven: “We willen geen puur partijpolitieke benoemingen doen, maar zoeken natuurlijk wel mensen die het regeringsbeleid reflecteren.”

VRT benoeming CEO