Rapport AdLit: Mediagebruik bij minderjarigen

AdLit*, een onderzoeksproject rond reclamewijsheid, heeft een eerste rapport uitgebracht. Vanuit wetenschappelijke literatuur en rapporten zoals Apestaartjaren, digiMeter, Iene Miene Media (Nederland) en Common Sense Media (VS) wordt een overzicht gemaakt van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Dit rapport vormt een onontbeerlijk startpunt voor AdLit, omdat je eerst moet weten hoe en welke media kinderen en jongeren gebruiken, vooraleer je een inzicht kunt verwerven in hoe minderjarigen omgaan met advertenties op die platformen.

Het eerste deel schetst een globaal beeld van mediagebruik bij kinderen en jongeren. Zo zien we dat kinderen en vooral jongeren nog wel positief staan tegenover kranten en tijdschriften, maar dat ze steeds vaker de digitale versies ervan consumeren. Toch zegt 1 op de 8 kinderen (tussen 9 en 12 jaar) dat ze dagelijks een papieren krant en/of (kinder)tijdschrift lezen, bij jongeren is dat 1 op 4. Dit geeft al aan dat de leesfrequentie van kranten en tijdschriften toeneemt met de leeftijd van kinderen/jongeren, een belangrijke bevinding om onderzoek rond reclamewijsheid op te zetten.

 

Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren (bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 - rapport in kader van AdLit SBO)
Leesfrequentie geschreven pers bij kinderen en jongeren
(bron: Het mediabezit en –gebruik bij minderjarigen anno 2014 – rapport in kader van AdLit SBO)

Consumptie van radio bij kinderen en jongeren blijft stabiel. Net als bij geschreven pers ligt de frequentie waarop kinderen en jongeren luisteren naar de radio lager dan het gebruik van internet of het kijken naar televisie, maar toch zien we dat radio populair blijft bij minderjarigen, zeker in vergelijking met anderen landen. Als we dieper kijken in de resultaten van digiMeter 2014, dan valt op dat het luisteren naar de radio vrij stabiel blijft over alle leeftijdsgroepen heen (met toch een piek tussen 20 en 49 jaar), terwijl er een sterke relatie is tussen leeftijd en het consumeren van online muziek via kanalen als Spotify, YouTube en iTunes (hoe jonger, hoe populairder online muziekkanalen zijn). Bij de jongste groep in de digiMeter-studie (15-19 jaar) zien we zelfs dat de online muziekkanalen populairder zijn dan de traditionele radiostations.

DigiMeter 2014 - Gebruik radio en online muziek per leeftijd (Bron: digiMeter 2014 - www.iMinds.be/digiMeter)
DigiMeter 2014 – Gebruik radio en online muziek per leeftijd
(Bron: digiMeter 2014 – www.iMinds.be/digiMeter)

Televisie blijft enorm populair bij kinderen en jongeren, zeker als je ook internetvideo mee in rekening brengt. Het klassieke televisietoestel en lineaire programmering blijft de ruggengraat voor televisieconsumptie bij jongeren, maar daar bovenop komt een steeds grotere laag van alternatieve vormen van televisieconsumptie. Niet alleen het aantal vormen neemt toe (uitgesteld kijken, video on demand (bijvoorbeeld Netflix), user generated content (bijvoorbeeld YouTube),…), maar ook de toestellen waarop audiovisuele media worden bekeken is sterk uitgebreid (smart TV, laptop, smartphone, tablet, mediastreamers zoals Apple TV en Google Chromecast om internetvideo te streamen op je televisietoestel,…).

Internet neemt een steeds belangrijker plaats in bij kinderen en jongeren. Zelfs bij kinderen van 3-4 jaar blijkt 7 op 10 al online actief te zijn (vaak voor het bekijken van videoclips). Naarmate ze ouder worden komen daar andere activiteiten bovenop zoals het spelen van (educatieve) games, het opzoeken van informatie (bijvoorbeeld bij het maken van huiswerk) en het aangaan van sociale contacten via sociale media en chat/messaging.

Twee toestellen die voor kinderen en jongeren nauw samenhangen met de opmars van digitale media zijn de smartphone en de tablet. Mobiele telefoons kennen een scharnierpunt rond 12 jaar (de start aan de middelbare school blijk voor 41% ook de leeftijd te zijn waarop ze voor het eerst een mobiele telefoon kregen). Messaging apps zoals Facebook Messenger en Snapchat kennen een breed gebruik onder jongeren. Uit digiMeter bleek bijvoorbeeld dat bij jongeren tussen 15 en 19 jaar die een smartphone bezitten, het sturen van berichten via OTT-messaging apps intussen bijna even populair is als het sturen van klassieke SMS’en (met Facebook Messenger en Snapchat als populairste apps).

digiMeter 2014 - Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone
digiMeter 2014 – Dagelijks gebruik messaging en telefonie op smartphone

 

De tablet is dan weer een toestel dat erg toegankelijk is voor kleine kinderen. Voor volwassenen is het vaak onvoorstelbaar hoe snel kinderen vaardigheden aanleren om een tablet te bedienen. In het AdLit-rapport wordt een studie door ‘Mijn Kind Online’ aangehaald, dat een vergelijking maakt met een prentenboek:

Vanwaar die enorme populariteit van de tablet bij jonge kinderen? Het succes heeft wellicht niet enkel te maken met het feit dat tablets vlotjes in het bereik van kinderhanden liggen in de vele huishoudens. De belangrijkste reden, zoals uiteengezet in een rapport van Mijn Kind Online (2011), is de aansluiting van tablets bij de leefwereld van kinderen. Een tablet zou net als een (prenten)boekje zijn, waar niet zo snel op vastgelopen kan worden als op een pc met een muis: navigeren kan met de vingers op het scherm (‘swipen’), en terugkeren naar het beginscherm kan doorgaans via een grote centrale (fysieke) knop op het toestel. Op die manier wordt ook de aandacht langer vastgehouden. Het gaat echter ook veel verder dan slechts een ‘(prenten)boekje’: de tablet biedt namelijk veel interactieve mogelijkheden aan die goed aansluiten bij de experimenteerdrang van kleine kinderen en waarvoor ze telkens beloond worden met nieuwe dingen (Mijn Kind Online, 2011).

Uit dit eerste rapport blijkt dat leeftijd een bepalende factor is in het mediagebruik van minderjarigen. Dat is echter niet de enige factor. Ook de sociaal-economische status (SES) van het gezin speelt een erg belangrijke rol in het mediagebruik van minderjarigen. Het tweede deel van het rapport gaat daar dieper op in. Belangrijkste conclusie is daar dat de digitale kloof nog niet gedicht is. Kinderen en jongeren uit gezinnen met lagere SES hebben beperktere toegang tot digitale media (minder toestellen ter beschikking, en vaak van mindere kwaliteit), en bovendien blijkt dat ouders uit lage SES-gezinnen minder vertrouwen hebben in het internet als medium, en vaak ook de vaardigheden missen om er mee om te gaan. Sociaal-economische Status is dus zeker, naast leeftijd, een belangrijk concept dat meegenomen dient te worden in het verdere AdLit-project.

* AdLit is een SBO onderzoeksproject waaraan verschillende onderzoeksgroepen uit Vlaamse universiteiten meewerken. Voor Universiteit Gent zijn onderzoeksgroepen CEPEC, Onderwijskunde en CJS verbonden aan het project. Bij Universiteit Antwerpen zijn onderzoekers uit MIOS en Marketing betrokken. Ten slotte werken ook CEMESO (VUB) en ICRI (KU Leuven) mee aan het AdLit project.

 

Advertenties