Innovatie-adoptie in Nederland

Het Nederlands onderzoeksbureau Newcom Research & Consultancy heeft de adoptie- en bekendheidscurve van de Nederlandse consument voor een aantal innovaties in kaart gebracht. Het Newcom TechTrends 2014-rapport kun je gratis opvragen.

In totaal vulde een representatief sample (geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en provincie) van 1.707 Nederlanders (18+) de online vragenlijst in. De centrale vraag van het onderzoek is: “Wat is de bekendheid en het gebruik van verschillende technologieën in Nederland?”

Het rapport zoomt in op volgende domeinen:

1. Contactloos betalen
2. Online colleges
3. Ridesharing
4. E-health toepassingen
5. Smartwatches
6. Drones, Virtual Reality en Google Glass

Van de eerste 5 innovaties werd telkens de bekendheid en het gebruik van enkele concrete voorbeelden bevraagd, van de laatste werd enkel de bekendheid gemeten. De resultaten werden afgezet op een adoptiecurve:

Adoptiecurve general

Contactloos betalen is al gekend bij 73% van de Nederlanders, en 19% heeft hier al gebruik van gemaakt. Bij contactloos betalen houdt de consument zijn bankkaart of mobiel toestel dichtbij een ontvanger houden. Meestal is voor bedragen onder de €25 geen pincode of andere vorm van authentificatie nodig. Deze vorm van betalen is bij ons vooral gekend door de buzz die Apple gecreëerd heeft rond Apple Pay bij de lancering van de iPhone 6 en Apple Watch begin september. In Nederland zijn bankkaarten van ING en ABN al uitgerust met een NFC-chip voor contactloos betalen. Een andere methode verloopt via de smartphone. Sommige smartphones ondersteunen al NFC, maar een andere mogelijkheid is het gebruik van apps waarbij je bv een QR-code moet scannen (een voorbeeld hiervan is de Bancontact-app). In Leiden werd in 2013 een grootschalig experiment opgezet om te polsen hoe consumenten en ondernemers zouden denken over contactloos betalen als ze het uittestten. In totaal namen zo’n duizend consumenten deel, en 180 ondernemers en handelaars. Het experiment duurde zo’n 3 maanden, waarbij de consumenten de opdracht kregen om per week minstens 25 contactloze betalingen te doen. Het was een succes. 84% van de consumenten deden per week meer dan de gevraagde 25 contactloze betalingen. Gemiddeld werd er per week in totaal voor zo’n €20.000 aan contactloze betalingen gedaan, gemiddeld aan €10,51 per transactie. Deze techniek wordt dus voornamelijk voor kleinere aankopen gedaan: 92% van de contactloze betalingen waren minder dan €25. Ook de handelaars waren erg tevreden. Contactloze betalingen waren gemiddeld 7 seconden sneller dan traditionele betalingen via cash of met gewone bankkaart. Voor 38% was de ervaring positiever dan vooropgesteld, voor 47% kwam het overeen met de verwachting. Enig minpunt was dat de terminal af en toe een technisch defect vertoonde, wat uiteraard wel vaker voorkomt bij relatief nieuwe technologieën.
In het Newcom TechTrends-rapport werden 3 vormen van contactloos betalen onderzocht: De bankkaarten van ING en ABN (uitgerust met de NFC-chip), en de  apps MyOrder Cashless en de Vodaphone SmartPass (waarmee je zowel mobiele betalingen kunt doen, maar ook betalingen via NFC kunt uitvoeren). Het meest gekend en gebruikt zijn de bankkaarten van ABN en ING (gekend door 63%, gebruikt door 15%). Voordeel blijkt vooral dat het erg gemakkelijk en snel in gebruik is. Maar tegelijk is het voor velen nog onbekend terrein, en zolang je het niet getest hebt, blijft het voor een grote groep een vaag concept. Bovendien is het niet altijd duidelijk waar je contactloze betalingen kunt doen. Iets meer mannen (21%) dan vrouwen (17%) hebben al gebruik gemaakt van deze techniek. Het zijn ook vooral jongeren en mensen met een hoger diploma die hiermee al vertrouwd zijn.

contactloos betalen

 

Een andere trend is het opzetten van online colleges, of Massive Open Online Courses (MOOCs). Dit is een vorm van cursussen aanbieden, waarbij fysieke lessen vervangen of ondersteund worden door online beeldmateriaal en discussieplatformen. Sinds het academiejaar 2014-2015 is de Universiteit Gent en iMinds gestart met een eerste MOOC-cursus aan te bieden. Het gaat om een cursus rond ondernemen, waarbij internationale sprekers filmpjes en lezingen online plaatsen, en waarbij de studenten dan op een online forum in discussie treden met elkaar. In Nederland is men al ruimer vertrouwd met dit concept. Zo heeft de Technische Universiteit van Delft alleen al 15 MOOCs lopen.
Het TechTrends-rapport zoomt in op 3 internationale platformen: Coursera (met onder andere cursussen van Universiteit van Amsterdam, Technologische Universiteit van Eindhoven en Stanford University), edX (met cursussen van onder andere MIT en Harvard (die samen edX hebben opgericht), TU Delft en Université Catholique de Louvain-La-Neuve) en iTunes U (een ietwat ander concept: naast cursussen van onder andere MIT, Harvard, Oxford en Yale, biedt iTunes U de mogelijkheid aan leerkrachten om tablets intensief te gebruiken in de klas: het ondersteunen van de les zelf, het opvolgen van taken, en het maken van toetsen en examens).
Het concept van MOOCs is bij 1 op 5 Nederlanders gekend; dat aantal stijgt naar ongeveer 1 op 4 bij mannen, bij wie jonger is dan 55 jaar, en wie hogeropgeleid is. Het gebruik ligt nog een pak lager: slechts 5% zegt ooit al een online cursus gevolgd te hebben (bij wie jonger is dan 35 stijgt dit naar 11%).  Het meest gekend is iTunes U (18% van de Nederlanders kent dit, tegenover slechts 3% voor Coursera en edX). De platformen blijken vooral een zegen om op een open en toegankelijke manier iets bij te leren over een topic dat je interesseert. Wie die intrinsieke motivatie niet ervaart, vindt al gauw dat de online cursussen een overbodige luxe is, zonder meerwaarde.

Over Ridesharing is er heel wat te doen geweest. Het gekendst voorbeeld bij ons is de taxi-app Uber. Uit vrees voor oneerlijke concurrentie tegenover klassieke taxi-bedrijven,  hebben heel wat landen en steden een verbod op Uber (en dan  vooral de dienst UberPop, waarin niet alleen taxi-chauffeurs met een licentie een rit mogen aanbieden, maar ook particulieren) en soortgelijke diensten ingesteld (al is bijvoorbeeld Duitsland al voorlopig teruggekeerd op dat verbod).
Naast Uber peilde het TechTrends-rapport ook naar de kennis en het gebruik van gelijkaardige apps als het Nederlandse Snappcar en MyWheels.
In Nederland heeft 37% al gehoord van minstens 1 van deze drie ridesharing-apps. Bij hogeropgeleiden is dat 57%, en bij mannen 46%. Slechts 3% zegt al effectief gebruik gemaakt te hebben van een ridesharing-app. Het meest gekend is Uber (29%). Voordelen die vaak terugkeren zijn het gebruiksgemak en de snelheid waarmee je een kunt reserveren of een auto kunt lenen. Mensen die al een auto bezitten, zien vaak het nut niet in van dergelijke apps; de repondenten percipiëren de apps vooral als een middel om een rit te reserveren of een auto te huren, en niet om zelf een rit aan te bieden of een auto uit te lenen.

Een vierde trend zijn de e-health toepassingen. Hier werden drie categorieën bevraagd: medicijnen via internet (bijvoorbeeld thuisapotheek.nl), zorg op afstand (toepassingen die het mogelijk maakt om patiënten te monitoren, zonder dat ze in het ziekenhuis hoeven te verblijven), en op zorg gerichte apps (bijvoorbeeld b-Slim, een app die mensen met overwicht helpt om op een verantwoorde en duurzame manier af te vallen). Vooral online apotheken zijn gekend bij Nederlanders: 71% kent het, en 17% heeft hiervan al gebruik gemaakt. In tegenstelling tot de meeste andere innovaties, is dit meer gekend bij vrouwen en bij wie ouder is dan 56. Zorg op afstand is gekend bij 42% van de Nederlanders (53% bij de 56-plussers), en op zorg gerichte apps bij 48% (57% bij hogeropgeleiden).

Smartwatches mogen zeker niet ontbreken. Meer info over dit segment kun je onder andere in de blogpost over de Apple Watch terug vinden. En die Apple Watch toont meteen al zijn kracht voor de markt van smartwatches: ook al komt die pas uit begin 2015, toch is de Apple Watch met voorsprong de meest gekende smartwatch in Nederland (39% bekendheid voor Apple Watch, tegenover 27% voor de nummer 2, Samsung Gear). De totale bekendheid van smartwatches ligt op 67% (met hogere cijfers bij jongeren en hogeropgeleiden). Het gebruik van smartwatches is nog heel laag: amper 1% heeft een smartwatch. Als de Apple Watch zijn verwachtingen inlost, dan kan dit cijfer volgend jaar al een pak hoger liggen.

Een laatste categorie overkoepelt Virtuele Realiteit (VR), drones en Google Glass. Bij deze technologiën werd enkel gepolst naar de bekendheid ervan. Drones zijn het meest gekend (80%), Google Glass is bij bijna 7 op 10 gekend en VR bij 1 op 4. Bij elk van die innovaties zijn het vooral jongere, hoogopgeleide mannen die hiermee bekend zijn.

Samengevat op de adoptiecurves geeft dit het volgend beeld. De gekendheid van de innovaties is intussen al gegroeid vanuit het segment van de Early Adopters naar Early Majority. Trends als smartwatches, Google Glass, contactloost betalen en medicijnen via internet zijn zelfs al gekend bij de Late Majority. Het gebruik van die technologieën staat nog minder ver. Enkel contactloos betalen, medicijnen via internet en zorgapps op smartphone hebben al de Early Majority bereikt; de overige zitten nog in de Early Adopters-fase.

Adoptiecurves gekendheid en gebruik

 

 

 

Netflix lost verwachtingen niet helemaal in

Netflix presenteerde deze week zijn kwartaalcijfers. Na drie kwartalen waarin de resultaten de prognoses overtroffen, heeft Netflix dit derde kwartaal minder nieuwe streaming-abonnees binnengehaald (3,02 miljoen) dan wat vooropgesteld werd (3,69 miljoen). Vooral de thuismarkt in de VS lijkt stilaan op een verzadigd punt te geraken, met minder dan 1 miljoen nieuwe leden. In de VS telt Netflix nu 37,2 miljoen leden. Buiten de VS steeg het aantal nieuwe leden met ruim 2 miljoen, tot 15,8 miljoen leden. In totaal zijn er 53,1 miljoen Netflix-abonnees. Aangezien Netflix nog geen maand actief is in België, is het nog te vroeg om uitspraken te doen over het aantal leden in België.

De VS blijft dus de grootste markt voor Netflix (70% van de leden in het derde kwartaal komt uit VS), maar dat overwicht wordt wel steeds kleiner. Het vorige kwartaal kwamen nog 72% van de streaming-abonnees uit VS, een jaar terug zelfs 77%.

Netflix is in 1997 begonnen als online DVD verhuurbedrijf, en in de VS biedt het nog steeds die dienst aan. Het aantal abonnees voor de DVD verhuurdienst blijft echter dalen: in het derde kwartaal maakten 5,99 miljoen abonnees gebruik van die dienst, wat 275.000 minder is dan het voorgaande kwartaal. Als we kijken naar de omzet die Netflix genereert met het verhuren van DVD’s, zien we dat dit goed was voor 13% van de totale omzet van Netflix. Het voorgaande kwartaal kwam nog 15% uit de DVD-verhuur, een jaar terug 20%. De vraag is dus hoe lang Netflix deze dienst nog actief zal houden.

Netflix Q3 2014

Netflix zelf reageerde dat de minder sterke stijging dan verwacht vooral te maken heeft met recente prijsstijgingen die het heeft doorgevoerd. Ook heeft het de voorgaande kwartalen zich sterker kunnen profileren met nieuwe, eigen series, terwijl de reacties in het derde kwartaal eerder lauw waren.

Dat alles had een negatieve invloed op het aandeel van Netflix, dat met bijna 24% zakte. Bovendien komt HBO steeds meer in het vaarwater van Netflix. HBO, de producent van series als The Sopranos, Game of Thrones en True Blood, heeft al langer een streamingproduct, HBO Go. Maar tot nu toe kon je enkel gebruik maken van de dienst als je een kabelabonnement nam. HBO heeft nu echter aangekondigd dat die voorwaarde nu vervalt, en dat het dus een ‘standalone’ streamingapplicatie wordt. Hiermee komen twee bedrijven die in een andere markt ontstaan zijn, nu steeds meer op elkaars terrein.

HBO Netfliix

Volgens Reed Hastings, CEO Netflix, kunnen Netflix en de standalone streamingdienst van HBO perfect naast elkaar bestaan en elkaar versterken:

Starting back in 2011 westarte d saying that HBO would be our primary long-term competitor, particularly for content. The competition will drive us both to be better. It was inevitable and sensible that they would eventually offer their service as a standalone application. Many people will subscribe to both Netflix and HBO since we have different shows, so we think it is likely we both prosper as consumers move to Internet TV.

Wat weten we over de iPhone 6 en de Apple Watch een maand na de presentatie?

Precies een maand terug, op 9 september, stelde Tim Cook, de CEO van Apple, de nieuwe iPhone 6 voor, en de langverwachte smartwatch van Apple, Apple Watch. Apple staat niet meteen gekend om producten met een droog persbericht aan te kondigen. Ook deze keer werden de producten voorgesteld tijdens een langverwachte presentatie, waarbij er de weken voor 9 september druk gespeculeerd wordt over wat er zal aangekondigd worden. Apple liet ook weten dat het event wereldwijd live te streamen was, zodat niemand iets hoefde te missen van het spektakel. Helaas verliep die streaming niet zo vlekkeloos, en waren er talloze technische problemen : verbindingsproblemen, storingen, wegvallend beeld, en in het begin zelfs een Chinese vertaalband die ervoor zorgde dat je niets van de presentatie zelf kon horen. Niet alleen techsites lieten van zich horen; al snel regende het ook klachten op Twitter.

stable streaming tech Apple event

Een tweede probleem was de beslissing om de streaming enkel toegankelijk te maken op Apple toestellen. Dat zet niet alleen het gesloten karakter van Apple in de verf (zo kan de Apple Watch enkel communiceren met andere Apple producten zoals iPhone of iPad, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Microsoft die steeds meer zijn producten en diensten openstelt naar andere platformen zoals Android en iOS; de Microsoft Smartwatch die later dit jaar aangekondigd wordt, zou kunnen synchroniseren met Apple, Android en Microsoft devices). Bovendien is het een gemiste kans om HTC en Samsung-gebruikers te overhalen.

Onvermijdelijk leidde deze presentatie tot parodieën, en zelfs tot een musical. Rode draad doorrheen de parodieën is dat Apple zelden met iets volledig nieuws op de markt komt (de tablet was bv al 10 jaar voor de eerste iPad uitgevonden; hetzelfde geldt voor smartphones, mp3-spelers en smartwatches), maar de reeds bestaande ideeën zodanig weet te verpakken dat het pas dan aanslaat bij een groter publiek.

Wat moeten we nu precies onthouden uit die presentatie, en wat zijn we al te weten gekomen een maand later?

Het eerste wat opvalt aan de iPhone 6, is dat het een stuk groter is dan zijn voorgangers. Apple biedt twee versies aan: de standaard iPhone 6 (4,7 inch) en de iPhone 6 Plus (5,5 inch). Ter vergelijking: de iPhone 5 had een schermdiagonaal van 4 inch. Met de iPhone 6 Plus komt Apple voor het eerst op het terrein van de ‘phablets‘ (een samenvoeging van ‘phone’ en ‘tablets’). Deze zet komt zeker niet onverwacht. Niet alleen spenderen mensen meer tijd aan apps op grotere schermen, ook de verkoop van smartphones met een groter scherm zit duidelijk in de lift. De opkomst van phablets kan trouwens kannibaliseren op de verkoop van (kleinere) tablets; het is dus uitkijken of iPhone 6 Plus een negatieve invloed heeft op de verkoop van iPad Mini of niet. Apple heeft trouwens een aantal oplossingen uitgewerkt om de iPhone 6 Plus eenvoudig te kunnen bedienen met 1 hand (oplossingen die vaak al langer aanwezig zijn bij andere smartphones).

Een ander opvallende feature is Apple Pay. De Iphone 6 (en de Apple Watch) zijn voorzien van Near Field Communication (NFC), een technologie die bij andere merken al langer gebruikt wordt. Het concept is dat je je bank- en kredietkaarten koppelt aan Apple Pay (via de Passbook, die al in eerdere versies van iPhone en op iPad aanwezig was), bij het betalen aan de kassa je iPhone even bij de terminal houden, authentificeren met je vingerafdruk via de Touch ID, en een trilling geeft aan dat de transactie geslaagd is. Deze technologie bestond al langer, maar was tot nu toe nog geen succes. Het probleem was dat aan de businesskant winkels en ontwikkelaars geen geld willen investeren zolang er geen groot draagvlak is bij gebruikers, maar dat gebruikers ook pas de techniek willen gebruiken als er voldoende winkels de dienst aanbieden. De komst van Apple kan de adoptie van contactloos betalen in een stroomversnelling plaatsen: het heeft deals afgesloten met de belangrijkste banken in de VS, en tevens met enkele belangrijke ketens (niet alleen de eigen Apple-stores uiteraard, maar ook ketens als McDonnalds, Nike, Macy’s, Staples, Subway en Whole Foods Market hebben al ingetekend). In zijn officieel persbericht geeft Apple trouwens aan dat het de gegevens van Apple Pay op geen enkele manier verzameld zullen worden:

“Veiligheid en privacy staan centraal bij Apple Pay. Als je met Apple Pay betaalt in een winkel, restaurant of ander bedrijf, zijn je naam, creditcardnummer en beveiligingscode niet meer zichtbaar voor de kassamedewerker, waardoor het risico van fraude wordt verkleind”, zegt Eddy Cue, senior vice president Internet Software and Services van Apple. “Apple verzamelt geen gegevens over je aankopen. We weten dus niet wat je hebt gekocht, waar je het hebt gekocht of hoeveel je ervoor hebt betaald. En bij verlies of diefstal van je iPhone kun je met Zoek mijn iPhone snel instellen dat er geen betalingen meer met het apparaat kunnen worden verricht.”

Daarmee geeft Apple een duidelijke sneer naar concurrent Google, die van het verzamelen van gebruikersdata voor advertenties hun businessmodel gemaakt hebben.

De iPhone 6 werd gelanceerd op 19 september in VS, Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Hong Kong, Japan, Puerto Rico en Singapore. Een week later volgden een 20-tal andere landen, waaronder België, Nederland, Nieuw-Zeeland en Italië. China komt pas op 17 oktober aan de beurt. iPhone 6 zal in Azië sowieso een moeilijke strijd kennen tegen de goedkopere alternatieven zoals Huawei en Xiaomi. Bovendien duiken al nep-examplaren op van de iPhone 6, vaak in uitvoeringen en kleuren die Apple officieel niet eens aanbiedt.

Volgens Forbes is de lancering van de nieuwe iPhone een groot succes: na 3 dagen waren er al 10 miljoen toestellen verkocht, op 5 oktober zou dat al tegen de 20 miljoen toestellen zijn. Dat komt al in de buurt van de 70-80 miljoen toestellen die Apple wil verkopen tegen eind dit jaar.

In België is de iPhone 6 dus sinds 26 september verkrijgbaar. De officiële lancering van de iPhone 6 vond plaats in het Centraal Station van Antwerpen. Ook hier was de hype compleet; benieuwd wat dat wordt bij de lancering van de Apple Watch.
iPhone 6 lancering belgie

Een kleine week nadat de eerste iPhone 6 in de VS over de toonbank ging, dook de hashtag #Bendgate op op Twitter. De iPhone 6 (en vooral de iPhone 6 Plus, die iets groter is), zouden relatief gemakkelijk buigen, bijvoorbeeld in je broekzak.

Samsung heeft al herhaaldelijk ingespeeld op het Bendgate-verhaal. Zo hebben ze een ludieke video gepost waarop ze tonen hoe de Galaxy Note 4 getest wordt tegen buigen, en heeft het een opvallende advertentie gemaakt:

apple-reageert-op-bendgate-9-iphones-6-plus-verbogen-samsung-bendgate

Maar het feit dat Apple hier zwaarder door geviseerd wordt dan andere merken met hetzelfde probleem, ligt ook aan de rol en visibiliteit die Apple zichzelf oplegt. Als je een hype creëert rond de lancering van nieuwe producten, kun je verwachten dat fouten in de producten als een boemerang terugkeren, en vele malen uitvergroot worden. Je moet berichten als Bendgate dus met de nodige relativering benaderen.

Apple reageert nogal geprikkeld op de hele ‘Bendgate’ heisa. Europa’s grootste IT-magazine, Computer Bild, zal voortaan geen uitnodigingen meer krijgen voor pers-events, en zal ook geen producten meer toegestuurd krijgen om te testen. Dit omdat Computer Bild op zijn website een filmpje had gepost van een journalist die een iPhone 6 buigde. Computer Bild heeft daarop een open brief geschreven naar Tim Cook:

[…]Dear Mr. Cook: Is this really how your company wants to deal with media that provide your customers with profound tests of your products? Do you really think that a withdrawal of Apple’s love and affection could have an intimidating effect on us? Luckily we do not have to rely on devices that Apple provides us with. Luckily, a lot of readers are willing to pay money for our magazine to keep us independent. So we are able to buy devices to do our tests anyway. Even devices of manufacturers that seem to fear COMPUTER BILD’s independent judgement. […]

Intussen is er een vervolg opgedoken: na de #Bendgate is er nu de #Hairgate en #beardgate. Door een spleetje tussen de behuizing en het glas, kunnen er haren vast raken en uitgetrokken worden. Al zijn er (gelukkig) ook media die de heisa kritisch bekijken en aantonen dat het nonsens is.

OneMoreThing

Waar we eigenlijk op zaten te wachten op 9 september, was niet de aankondiging van de nieuwe iPhone, maar de presentatie van de Apple Watch.  De presentatie werd nog relatief vaag gehouden; lancering van de Apple Watch is pas voorzien voor begin 2015. Net zoals de meeste andere smartwatches heeft de Apple Watch een ander mobiel toestel nodig (in dit geval een iPhone of iPad) om verbinding te kunnen maken met het internet. De Apple Watch is dus vooral een verlengstuk van je iPhone of iPad. De Apple Watch zal in 3 uitvoeringen verschijnen (een basismodel, een sportmodel en een luxe-versie), en er is ook een ruime keuze aan bandjes. Omdat swipen en pinchen nogal moeilijk gaat op zo’n klein scherm, is er een drukknop en een draaiknop (‘digital crown‘) toegevoegd om het scrollen gemakkelijker te maken.

apple-watch-digital-crown-580-90

De prijs voor een Apple Watch zou $349 bedragen. Vandaar wel handig dat Apple gedacht heeft aan een anti-diefstal mechanisme: als de watch wordt afgedaan, dan blokkeert het automatisch.

Het hoge prijskaartje kan ook een probleem vormen om gemakkelijk ingang te vinden bij tieners, die het sowieso niet gewoon zijn om een horloge te dragen. Uit een studie in de VS bij tieners blijkt dat slechts 7% al een smartwatch heeft, en 16% zou overwegen om de Apple Watch te kopen. Dit staat in schril contrast met het aantal dat zegt een iPhone (67%) of een iPad (54%) te bezitten.

Een ander belangrijk aspect is de batterijduur.  Volgens TechRadar zou de Apple Watch elke nacht opgeladen moeten worden. En voor de Apple Watch heb je uiteraard een andere charger nodig dan voor je iPhone.  Nieuw is dat de Apple Watch draadloos opgeladen zou worden via de MagSafe technologie. Klinkt veelbelovend in theorie, maar valt wat tegen in de praktijk. Het komt erop neer dat een magneet wordt vastgehecht aan de achterkant van de watch. Die magneet hangt echter aan een draad, die in de stekker moet worden gestopt. Veel draadloos is er dus niet aan die techniek.

Het echte succes zal voor een groot deel afhangen van welke apps er ontwikkeld worden die de Apple Watch uniek maken. Uniek ten opzichte van andere smartwatches, maar zeker ook ten opzichte van de andere Apple devices.  Een kans kan bijvoorbeeld liggen in de notificaties: als Apple ervoor kan zorgen dat de ‘one bit information‘ (denk aan het achterliggende concept van Yo!) genoeg zegt zonder dat je details moet checken op je smartphone, dan kan dat een heel nieuwe manier van nieuwsconsumptie betekenen.

Niet iedereen is even enthousiast: de Apple Watch kampt nog teveel met typische smartwatch-problemen (de beperkte batterijduur is een probleem voor wie gaat kamperen, als je ergens anders blijft overnachten moet je eraan denken om nog een charger mee te nemen, de Apple Watch zal water-ressistant zijn, maar niet waterdicht (wie aan watersport doet, kan de Apple Watch dus niet gebruiken om zijn prestaties te tracken),…). Er blijven dus zeker nog pistes over waarop smartwatches een antwoord moeten vinden alvorens het toestel echt een succes wordt.

Op 16 oktober geeft Apple een volgende pers-event. Volgens de geruchten zou het iPad-gamma uitgebreid worden met iPad Air 2, iPad Mini 3, en wellicht nog een iPad die specifiek gericht is op zakelijke gebruikers (met oa een groter scherm van 12,9 inch).

De Correspondent: 1 jaar later

Op 30 september 2013 ging De Correspondent van start, en meteen kreeg het initiatief het label van een van de meest succesvolle journalistieke crowdfunding-projecten mee. Hoe succesvol is deze Nederlandse start-up 1 jaar na de lancering? Hoe kijken de oprichters terug op het afgelopen jaar? Wat is het oordeel van de hoofdredacteurs van andere Nederlandse kranten? En waar zien de oprichters nog groeimogelijkheden?

De correspondent is een digitaal platform voor onderzoeksjournalistiek, en nieuws dat verder gaat dan ‘de waan van de dag’.  De site is advertentievrij; inkomsten komen vanuit de leden die jaarlijks €60 betalen. De site werd voor het eerst aangekondigd in het programma De Wereld Draait Door in maart 2013. Daarin haalde medeoprichter Rob Wijnberg aan dat De Correspondent pas van start kan gaan als er 15.000 leden intekenen voor €60. Een week later werd dat streefdoel al ruimschoots behaald. Uiteindelijk ging het project van start met een basis van 20.000 leden.

‘Het medicijn tegen de waan van de dag’. Dat is de slogan waar De Correspondent graag mee uitpakt, en die ook aangeeft waar het platform voor wil staan. De verhalen die op De Correspondent verschijnen, zijn niet gebaseerd op wat er die dag is gebeurd in de wereld. De Correspondent wil onderzoeksjournalistiek brengen, die een kader en context schept van wat er omgaat in de wereld. Deze sterkte houdt echter ook een zwakte in: door de band met het dagelijks nieuws door te knippen, verliezen de artikels hun urgentie en dwingendheid, en dreigt het gevaar dat de lezers (pardon: leden; zie volgende paragraaf) de stukken steeds meer links laten liggen.

De Correspondent heeft het niet over lezers of gebruikers, maar over leden. Dat heeft een impact op de relatie en interactie: van leden wordt niet verwacht dat ze enkel de stukken lezen, maar ook dat ze een bijdrage leveren aan het verhaal. De Correspondent ziet de journalisten als ‘conversation leaders’, en de leden als ‘contributing experts’. Het idee is dat 3.000 leraars samen meer weten dan 1 onderwijsjournalist. Gebruikers kunnen alleen posten onder hun eigen naam. Bovendien kan een lid kiezen om een (functie)titel naast zijn naam te plaatsen, om aan te tonen waarom hij/zij een expert is op dat vlak. Als je bv een stuk schrijft rond kankeronderzoek, dan kunnen er verschillende type experts tussen de leden zitten: medische experten, projectmedewerkers bij organisaties als ‘Kom op tegen kanker’, maar ook mensen die zelf getroffen werden door kanker. Allen leveren een heel eigen kijk op de kwestie, en samen kunnen ze een vollediger verhaal scheppen dan wat een enkele journalist zou kunnen doen. Op die manier wil De Respondent zijn leden ook meer betrekken bij het project, in de hoop hen voor een langere tijd aan zich te kunnen binden.

En dat lijkt op het eerste zicht wel te lukken. Gedurende het eerste jaar zijn er 17.000 leden bijgekomen. Samen met de 20.000 leden die er van bij de start bij waren, zat de site op 23 september 2014 al aan 37.000 leden. Uiteraard was 30 september 2014 een belangrijke dag: dan moeten de eerste abonnementen vernieuwd worden. Uiteindelijk hebben 11.000 van de 20.000 leden van het eerste uur reeds hun abonnement verlengd. Samen met de 17.000 leden die nog een lopend abonnement hebben, heeft De Correspondent dus momenteel 28.000 leden. Al hoopt medeoprichterErnst-Jan Pfauth dat er nog fans van het eerste uur hun abonnement zullen verlengen.

Ledenaantal De Correspondent
De oprichters van De Correspondent gaven ook aan dat ze heel wat geleerd hebben in hun eerste jaar.

1. Explain how you spend your members’ money;
2. Encourage journalists to work together with members;

3. Your members are your best ambassadors;
4. Reach out to people who already like you;
5. Think beyond your platform when it comes to publishing your stories

Een belangrijke les was dus om zo open mogelijk te spreken over hoe de inkomsten verdeeld worden. Daartoe publiceerde Ernst-Jan Pfauth een rapport waarin gedetailleerd werd uitgelegd wat er gebeurde met elke €60 die de leden betaalden.

Verdeling 60 euro lidgeld De Correspondent
De tweede les, rond het belang van interactie tussen correspondenten en leden, is in deze blog al eerder aan bod gekomen. Om dat nog meer kracht bij te zetten, heeft De Correspondent een filmpje online geplaatst waarin elke correspondent kort zijn of haar visie over De Correspondent aanhaalt. Op die manier krijgt elke auteur een gezicht, en hoopt De Correspondent om de drempel tot interactie verder te verlagen.
Aangezien De Correspondent geen verantwoording moet afleggen aan adverteerders of andere externe investeerders, kan De Correspondent zich focussen op wat de leden belangrijk vinden. Op die manier wordt de band met de leden versterkt, en kunnen die leden anderen overtuigen om ook in te tekenen op een jaarabonnement. Dit is volgens De Correspondent de grootste oorzaak waarom er nog 17.000 leden zijn bijgekomen het afgelopen jaar.
Op Facebook hebben ruim 75.000 mensen de pagina van De Correspondent geliket. Er is dus nog een groot potentieel dat achter het concept van De Correspondent staat, maar nog niet heeft ingetekend. Het converteren van deze likers naar leden is volgens de oprichters dan ook een cruciale bron van groei voor de site.
Naast de nieuwssite denkt De Correspondent ook na over andere platformen. Zo hebben de oprichters een uitgeverij opgestart. Bedoeling is vooral om in te zetten op e-books. Het eerste boek is “Gratis geld voor iedereen. En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen“, door correspondent Rutger Bregman.
Naast deze verwezenlijkingen zijn ze bij De Correspondent niet blind voor mogelijke verbeterpunten. Zo moet het platform nog meer loskomen van de traditionele conventies om meer te halen uit de digitale mogelijkheden. De verhalen moeten gelaagder worden, en waar mogelijk gelinkt worden met elkaar. Ook de verscheidenheid van de topics kan nog verbeterd worden, en de site moet gebruiksvriendelijker worden (zoekfunctie toevoegen, betere homepagina, en leden toestaan om per maand ipv per jaar te betalen).

Een jaar na lancering lijkt De Correspondent dus nog zeker ‘alive and kicking’. Hoe kijken andere Nederlandse hoofdredacteurs terug op dit initiatief? De Morgen vroeg het hen. Algemene teneur is dat de kwaliteit van de stukken hoog ligt,  het concept op zich een verrijking is en een van de boeiendste start-ups uit de journalistieke sector, maar dat het totale gebrek aan een link met de actualiteit een nadeel is. Bovendien is de toon vaak te hooghartig ten opzichte van andere nieuwsbronnen. Ook anderen haken af op het ietwat highbrow en elitair kantje van de site.

De Correspondent heeft het eerste jaar dus overleefd. Iets wat niet iedereen verwacht had.

De Correspondent comment op Gigaom 8 mths

Het blijft alleszins een boeiend journalistiek experiment. Benieuwd hoe die andere Nederlandse start-up, Blendle, zijn eerste verjaardag zal vieren in april 2015.

 

 

Telenet rolt Wi-Free netwerk uit in Mechelen

Mechelen wordt de eerste stad in de Benelux dat volledig omsloten wordt door 1 wifi-provider. Telenet, dat zijn thuisbasis heeft in Mechelen, rolt er zijn Wi-Free netwerk uit. Vanaf april 2015 kan iedere Telenetklant surfen op het Telenet-netwerk in de hele Mechelse binnenstad. Daarvoor gaat Telenet hotspots bijplaatsen in de stad. Door gebruik te maken van EAP (Extensible Authentication Protocol), hoeft de gebruiker zich niet opnieuuw aan te melden telkens zijn device wisselt van hotspot. Eenmaal de gebruiker is ingelogd op 1 hotspot, zal het toestel onmiddellijk verbinding maken met de hotspot/homespot met beste bereik. Wie geen Telenet-klant is, kan zich registreren en zo gebruik maken van 1 uur gratis wifi.

Dit initiatief kadert in ‘De grote netwerf‘, een reeks infrastructuurwerken die de capaciteiten van het Telenet-netwerk gevoelig zou moeten verbeteren. Bovendien wil Telenet hiermee ook van Mechelen een ‘smart city‘ maken, om dienstverlening binnen de stad te optimaliseren, en de beleving in de stad te verhogen (voor bezoekers en voor de inwoners).

Telenet wil dit graag uitbouwen naar andere steden. Welke steden in onderhandeling zijn met Telenet, is nog niet gekend. Wel staat vast dat die steden niet moeten rekenen op dezelfde voorwaarden als stad Mechelen. Telenet ziet zijn thuisstad als laboratorium, en rekent op veel visibilteit binnen de stad en in de media met zijn project. Vandaar dat de stad zelf geen financiële bijdrage moest leveren. Andere steden zullen wel budget moeten vrijmaken als ze het Wi-Free netwerk van Telenet willen laten uitrollen in hun stad.

Dit initiatief van Telenet is vooral een bedreiging voor het dure 4G-netwerk van mobiele operatoren. Op mobiele toestellen heeft een wifi-verbinding prioriteit op mobiele dataverbinding. In een Wi-Free stad als Mechelen zal het dataverkeer via mobiele netwerken dan ook een sterke terugval kennen.

“Crouching Tiger, Hidden Dragon 2” eerste original Netflix-film

Het is zover: na enkele eigen series zoals House of Cards, Orange is the New Black en Arrested Development, brengt Netflix zijn eerste film uit. “Crouching Tiger, Hidden Dragon 2” zal tegelijk uitkomen op Netflix als in de bioscoop.
Dat de bioscoop-industrie hier niet zo gelukkig om zijn, was te verwachten. Netflix zelf probeert het conflict zoveel mogelijk te ontmijnen, door te stellen dat een film in een bioscoop kijken of thuis kijken een heel andere beleving is, en perfect naast elkaar kunnen bestaan:

Wij zijn niet anti-cinema of erop uit ‘de bioscoop te vermoorden’, zoals de branche het noemt. Thuis kijken of in de bioscoop zijn twee verschillende dingen. Ik kook thuis, maar ga ook graag uit eten. Dat laatste is een sociale ervaring.

Het vervolg op de bejubelde “Crouching Tiger, Hidden Dragon” uit 2000 is niet door Ang Lee geregisseerd, maar door Yuen Wo Ping. Hij was al bij de eerste “Crouching Tiger, Hidden Dragon”-film als actie-choreograaf betrokken. Yuen Wo Ping heeft ook actiescenes in films als The Matrix en Kill Bill gechoreografeerd.

Naast de sequel op “Crouching Tiger, Hidden Dragon” heeft Netflix nog wel meer plannen om eigen films uit te brengen. Zo heeft Netflix intussen aangekondigd dat het een akkoord heeft om vier films van Adam Sandler uit te brengen. Of dat films zullen zijn om naar uit te kijken, daar kan over gediscussieerd worden, maar feit is wel dat Netflix hiermee een breed publiek kan aanspreken.

Betekent Ello het einde van Facebook?

Ello is een advertentie-vrij sociaal netwerk dat opgericht werd in maart 2014. Het positioneert zichzelf als het ‘anti-Facebook‘ sociaal netwerk: ‘Ad-free and porn-friendly‘. Het bleef al die tijd wat onder de radar, maar eind september was er plots een stormloop naar Ello. Voor ik hier dieper op inga, eerst een schets van wat Ello nu precies is, en wat het zo anders maakt dan Facebook.

Er verschijnen dus geen advertenties op Ello. Ook worden je gegevens onder geen enkele voorwaarde verkocht/gedeeld aan derden. Toch is Ello gratis voor gebruikers. Hoe verdienen ze dan geld? Wel, momenteel… niet.
Ello is gestart als een onafhankelijk platform, voornamelijk voor artiesten en designers. Vandaar ook dat je enkel op uitnodiging kunt registreren op het netwerk. Het was dus niet meteen de bedoeling dat dit een mainstream-platform zou worden.  Wel hebben ze in het begin $435.000 funding aanvaard van Venture Capitalist ‘FreshTracks Capital’. Daar is niet iedereen even enthousiast over (VC’s willen op het einde van de rit een ‘return on investment‘ zien, en dus zullen de oprichters geld moeten kunnen halen uit Ello, hetzij vanuit de gebruikers, hetzij vanuit adverteerders, of hetzij door een overname door een groter bedrijf), al heeft Fresh Tracks Capital zelf geantwoord dat ze volledig akkoord gaan met de policy en manifesto van Ello.
Dat het in eerste instantie gericht is op artiesten en designers is ook te zien aan de stijl van het netwerk: de lay-out is zeer strak en sober (al gaat dat soms ten koste van de gebruiksvriendelijkheid).

Geen reclame dus op Ello. Dus ook geen brands? Hier hebben de oprichters lang over gediscussieerd, maar uiteindelijk hebben ze toch besloten om brands toe te laten op hun netwerk. Simpelweg omdat de lijn tussen brands en personen soms heel moeilijk te trekken is. Bovendien zien gebruikers alleen maar de posts van de brands als ze die daadwerkelijk volgen; als je geen enkel merk toevoegt in je contactlijst, dan zul je nooit een post te zien krijgen van een merk. Sommigen gaan mee in die retoriek, anderen vinden het eerder hypocriet dat Ello branded content niet als advertentie beschouwt. Een van de oprichters heeft intussen zelfs al een pagina aangemaakt voor zijn eigen fietswinkel.
Feit blijft wel dat Ello niets verdiend aan de branded content op hun netwerk. Dus hoe houden ze hun servers draaiende? Op hun ‘about‘-pagina vertellen de oprichters dat ze op termijn features willen toevoegen die betalend zullen zijn. Wat die juist inhouden, en wanneer dat dan zal zijn, daarover is nog niets gekend (maar het zou ‘very soon’ zijn):

Very soon we will begin offering special features to our users. If we create a special feature that you like, you can choose to pay a very small amount of money to add it to your Ello account forever. We believe that everyone is unique and that we all want and need different things from a social network. So, we are going to offer all sorts of ways for users to customize their Ello experience.

The vast majority of Ello’s features, the ones that all of us use every day, are always going to be free, and we’ll keep improving them. When you choose to pay a small amount of money for a new feature, you help support Ello as an ad-free network and help us make it better and better.

 

Ello Invite

Naast een andere interface en de afkeer voor advertenties is er nog een verschil met Facebook: gebruikers mogen zelf hun gebruikersnaam kiezen. Op zich lijkt dat een banaal verschil, maar het zorgde de voorbije weken wel voor een stormloop naar Ello.
Facebook heeft recent gedreigd om de accounts van drag queens te verwijderen als ze hun artiestennaam gebruiken in plaats van hun echte naam. Dit wordt door de zogenaamde LGBT-community en sympathisanten als zeer beledigend en respectloos ervaren. In hun zoektocht naar een alternatief stootten ze op Ello. Door de media-aandacht die dit opleverde, geraakte het Ello-concept ook gekend bij de bredere hipster-lagen van de bevolking die altijd wel snakken naar alternatieve concepten (Geen reclame! Less is more! Emoji’s! Mannen met hippe brillen en snorren!). Ello werd een ware hype; op het toppunt liepen er 31.000 nieuwe registraties binnen per uur.

De oprichters geven zelf toe dat ze verrast zijn door de sterke groei die Ello nu doormaakt. En die groei heeft niet alleen voordelen. Zo komen bugs en mankementen steeds vaker naar boven, vragen analysten zich meer en meer luidop af hoe Ello die groei zal kunnen bekostigen, en heeft Ello zijn eerste DIstributed Denial of Service (DDoS) achter de rug (waardoor het 35 minuten lang niet meer bereikbaar was).

Maar gaan Facebook-gebruikers nu massaal Facebook verlaten en overstappen naar Ello?

Ello is uiteraard niet het eerste sociale netwerk dat de strijd aangaat met Facebook. Alternatieven als Diaspora hebben moeten inzien dat het niet evident is om een sociaal netwerk rendabel te houden (dit platform kwam trouwens nog recent in het nieuws omdat het IS (Islamitische Staat) dit open netwerk nu gebruikt om te communiceren, nadat Twitter alle IS-gerelateerde accounts heeft geblokkeerd; door het open karakter van Diaspora woordoor het netwerk op servers draait waar de oprichters geen controle over hebben, is het voor Diaspora onmogelijk om de posts en accounts te verwijderen). Zeelfs het sociale netwerk van Google, Google +, is er nooit in geslaagd om ook maar in de buurt te komen van het succes van Facebook. Een verschilpunt met Google+ is wel dat Ello zich profileert als het tegengestelde van Facebook, terwijl Google+ veel meer een spiegel is van Facebook.

Het concept van Ello zoals het nu bestaat, zal niet volstaan om een reus als Facebook te verontrusten. Of zoals Techcrunch het stelt:

Ello is not the second-coming of Facebook and Facebook users are not leaving the social network giant in droves. How do I know this? Those with a shiny new Ello profile are posting about it on Facebook.

 

Ello facebook post